 | A | |  |
 | Aanbevelingen en adviezen |  |
 | Aanbevelingen en adviezen van de instellingen van de Europese Gemeenschap zijn niet bindend en hebben een verklarend karakter.
|  |
 | Acquis communautaire |  |
 | Het acquis communautaire is dat wat de lidstaten gemeenschappelijk aan rechten en plichten verworven hebben. Het omvat de oprichtingsverdragen, de besluiten die ter uitvoering van die verdragen zijn genomen alsook de algemene rechtsbeginselen, de jurisprudentie van het Hof en de door de EU gesloten internationale overeenkomsten.
|  |
 | Agenda 2000 |  |
 | Agenda 2000 is een actieprogramma van de Europese Commissie dat ingaat op vraagstukken waarmee een uitgebreide EU zal worden geconfronteerd en bevat adviezen van de Europese Commissie over uitbreiding en herziening van het gemeenschappelijk beleid en de toekomstige financiering van de EU.
|  |
 | Agenda 2007 |  |
 | In het kader van Agenda 2007 wordt thans in de EU onderhandeld over het financiële raamwerk voor de periode 2007-2013.
|  |
 | Amendement |  |
 | Een amendement is voorstel tot wijziging van een wetsvoorstel ingediend door één of meer leden van het Europees Parlement.
|  |
 | B | |  |
 | Bemiddelingscomité |  |
 | Indien de Raad en het Europees Parlement (EP) geen overeenstemming kunnen bereiken over een gezamenlijk te nemen besluit, kan een bemiddelingscomité worden ingesteld teneinde een uitkomst te bereiken die voor beide partijen aanvaardbaar is. Een bemiddelingscomité bestaat uit leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal leden van het EP.
|  |
 | Beschikking |  |
 | Een beschikking is een bindende regeling van een instelling van de Europese Gemeenschap. Een beschikking is alleen bindend voor degene voor wie de beschikking uitdrukkelijk is bedoeld (adressant).
|  |
 | Besluit en kaderbesluit |  |
 | Het besluit en kaderbesluit worden gebruikt bij de samenwerking van politie en justitie in strafzaken. Het kaderbesluit zorgt voor de onderlinge aanpassingen van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten. Het besluit wordt gebruikt voor elk ander doel dan wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
|  |
 | Burgerschap van de Europese Unie |  |
 | Ieder natuurlijk persoon met de nationaliteit van een lidstaat wordt beschouwd als burger van de EU. Dit burgerschap vervangt niet het nationale burgerschap, maar is daar een aanvulling op.
|  |
 | C | |  |
 | Classificatie van de uitgaven |  |
 | Bij de uitgaven van de EU wordt onderscheid gemaakt tussen verplichte uitgaven (VU) en niet-verplichte uitgaven (NVU). VU zijn uitgaven waarvan het beginsel en de hoogte zijn vastgelegd. NVU zijn uitgaven waarbij de begrotingsautoriteit de kredieten vrij mag vaststellen.
|  |
 | Comité van de Regio’s |  |
 | Het Comité van de Regio’s bestaat uit (maximaal) 350 vertegenwoordigers van lokale en regionale instellingen van de EU. Het Comité van de regio’s wordt door de Raad, het Europees Parlement en de Europese Commissie geraadpleegd op gebieden waar regionale en lokale belangen in het geding zijn.
|  |
 | Comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken |  |
 | Het Comité voor politieke en veiligheidsvraagstukken (CPV) volgt de internationale ontwikkelingen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidbeleid, draagt bij aan de ontwikkeling van beleid en ziet toe op de uitvoering van het beleid. Onder gezag van de Raad oefent het politieke controle uit op crisisbeheersoperaties en geeft hier ook leiding aan. Het CPV bestaat hoofdzakelijk uit nationale vertegenwoordigers en vormt het kernpunt van de activiteiten voor crisisbeheer.
|  |
 | Comitologie |  |
 | Comitologie is het geheel aan procedures waarbij de Europese Commissie bij de uitvoering van de wetgeving wordt bijgestaan door comités. Met de comités, die zijn samengesteld uit de vertegenwoordigers van de lidstaten, wordt een dialoog gevoerd voordat uitvoeringsmaatregelen worden getroffen.
|  |
 | Communautaire methode |  |
 | De communautaire methode is de institutionele werkwijze van de eerste pijler van de EU. Deze methode berust op het subsidiariteitsbeginsel en de integratiegedachte en wordt in het bijzonder gekenmerkt door de volgende hoofdelementen:
- Monopolie van initiatiefrecht van de Commissie;
- Algemener gebruik van de stemming met gekwalificeerde in de Raad;
- Actieve rol van het Europees Parlement;
- Uniforme uitlegging van het Gemeenschapsrecht door het Hof van Justitie.
|  |
 | Communautaire |  |
 | De letterlijke vertaling van het Franse woord communautaire is: gemeenschappelijk.
|  |
 | Communautarisering |  |
 | Communautarisering houdt in dat een beleidsterrein dat binnen het institutionele kader van de EU onder de intergouvernementele methode valt (tweede en derde pijler), naar de communautaire methode (eerste pijler) wordt overgeheveld.
|  |
 | Concurrentievermogen |  |
 | Het concurrentievermogen van de EU is onderdeel van het concurrentiebeleid van de Europese Commissie. Dit beleid bevat vier doelstellingen: de toetreding van Europese ondernemingen tot een mondiale en onderling afhankelijke concurrentieomgeving vergemakkelijken, de concurrentievoordelen benutten, een duurzame industriële ontwikkeling stimuleren en de kloof tussen de snelheid waarmee vraag en aanbod zich ontwikkelen verkleinen.
|  |
 | Constructieve onthouding |  |
 | Met constructieve onthouding wordt bedoeld dat de Raad in het kader van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid in de gelegenheid wordt gesteld besluiten unaniem te nemen. Dit kan zelfs als één van de lidstaten zich van stemming heeft onthouden.
|  |
 | Convergentiecriteria |  |
 | De in het verdrag vastgelegde convergentiecriteria beogen te waarborgen dat de economische ontwikkeling het kader van de Economische en Monetaire Unie (EMU) evenwichtig is. De criteria hebben betrekking op prijsstabiliteit, de overheidsfinanciën, wisselkoersen en de lange-termijn rente.
|  |
 | Coreper |  |
 | Afkorting van “Comité des représentants permanents”. Het Coreper bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten; Coreper II bestaat uit de ambassadeurs van de lidstaten en Coreper I uit de plaatsvervangend ambassadeurs. Het Coreper bereidt alle besluiten van de Raad voor.
|  |
 | COREU |  |
 | Afkorting van “corespondance Européene”. Het COREU is een communicatienetwerk tussen de lidstaten van de EU en de Europese Commissie om samenwerking op terreinen van het buitenlands beleid te bevorderen.
|  |
 | Cultuurbeleid |  |
 | De EU draagt bij aan de ontplooiing van het cultuurbeleid van de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid. Tegelijkertijd legt de EU echter de nadruk op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Om een Europese culturele ruimte tot stand te brengen moedigt de EU culturele samenwerking tussen de lidstaten aan.
|  |
 | D | |  |
 | Debat over de toekomst van de Europese Unie |  |
 | In de Verklaring van Nice (2000) is opgeroepen tot een brede maatschappelijke discussie met allerlei belanghebbenden over de toekomst van de EU. Doel van dit debat is om zoveel mogelijk meningen te verzamelen over de belangrijkste vraagstukken met betrekking tot de toekomst van de EU.
|  |
 | Derde landen |  |
 | Derde landen zijn landen die geen lid zijn van de Europese Unie.
|  |
 | Derde pijler |  |
 | De derde pijler betreft de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten in strafzaken.
|  |
 | Douane Unie |  |
 | De douane unie staat aan basis van de gemeenschappelijke markt (ook wel: interne markt) en was de belangrijkste doelstelling van de oprichters van de Europese Economische Gemeenschap in 1958. Door de totstandbrenging van de douane unie in 1968 zijn alle douanerechten en beperkingen tussen de lidstaten afgeschaft, werd een gemeenschappelijk douanetarief aan de buitengrenzen vastgesteld en een gemeenschappelijke handelspolitiek een feit.
|  |
 | E | |  |
 | Economische en Monetaire Unie, EMU |  |
 | De Economische Monetaire Unie (EMU) houdt een harmonisatie van het economisch en monetair beleid van de lidstaten van de Unie in. Doel van de EMU was de invoering van de euro. Bij het verdrag van Maastricht (1993) is besloten dat de EMU is drie fasen tot stand wordt gebracht. Fase 1 was de vrij verkeer van kapitaal tussen de lidstaten, grotere coördinatie van het economisch beleid en intensivering van de samenwerking tussen de centrale banken. Fase 2 was de convergentie van het economisch en monetair beleid van de lidstaten en oprichting van de Europese Centrale Bank (1998). Fase 3 is op 1 januari 1999 van start gegaan: de Monetaire Unie was vanaf die datum een feit. De deelnemers gingen over op één gemeenschappelijke munt, die eerst werd geïntroduceerd in het giraal betalingsverkeer. Vanaf 2002 is de euro als munt en biljet in omloop gekomen. De uitdagingen van de EMU op lange termijn zijn de voortzetting van de begrotingsconsolidatie en een betere coördinatie van het economisch beleid van de lidstaten.
|  |
 | Economische en sociale samenhang |  |
 | Het gemeenschappelijk beleid voor economische en sociale samenhang heeft als doelstellingen een evenwichtige ontwikkeling van het gemeenschappelijk grondgebied, het verkleinen van de structurele verschillen tussen de regio’s van de EU en het bevorderen van gelijke kansen tussen personen.
|  |
 | Eenparigheid, unanimiteit |  |
 | Indien besluitvorming met eenparigheid van stemmen (ook wel: unanimiteit) dient te worden genomen, dienen alle lidstaten in te stemmen met het voorliggende voorstel. Iedere lidstaat beschikt daarmee over een veto.
|  |
 | Eerste pijler |  |
 | De eerste pijler van de EU omvat de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese (Economische) Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. Tezamen vormen zij de Europese Gemeenschappen.
|  |
 | eEurope |  |
 | eEurope is een initiatief van de Europese Commissie om een informatiemaatschappij voor iedereen te creëren. Dit initiatief sluit aan bij de doelstellingen van de strategie van Lissabon van de EU om de meest concurrerende en dynamische op kennis gebaseerde economie ter wereld te worden.
|  |
 | Eigen middelen |  |
 | De gemeenschapsbegroting wordt volledig gefinancierd door de eigen middelen. De eigen middelen zijn: de landbouwrechten en productieheffingen en opslagbijdragen, douanerechten, BTW-middelen en de aanvullende middelenbron. De aanvullende middelenbron is een percentage van het Bruto Nationaal Product van de lidstaten.
|  |
 | Eurocraat |  |
 | De term "Eurocraat" is een woordspeling op het woord "bureaucraat". Het verwijst naar de vele duizenden burgers van de EU die voor de Europese instellingen werken.
|  |
 | Euroland |  |
 | Euroland is de bijnaam voor de lidstaten van de EU die de euro hebben ingevoerd. De eurolanden zijn: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje.
|  |
 | Europadag |  |
 | 9 mei is Europadag. Voor deze datum is gekozen omdat op 9 mei 1950 Robert Schuman (de toenmalige Franse minister van Buitenlandse Zaken) zijn beroemde toespraak hield waarin hij Europese integratie bepleitte als middel om te zorgen voor vrede en welvaart in het naoorlogse Europa. Zijn voorstellen legden de grondslag voor wat nu de EU is en daarom wordt 9 mei jaarlijks bij wijze van verjaardag van de EU gevierd.
|  |
 | Europa-overeenkomst |  |
 | De Europa-overeenkomsten waren specifieke associatieovereenkomsten tussen de EU en de onlangs tot de EU toegetreden landen in Midden- en Oost-Europa alsmede de kandidaat-lidstaten Bulgarije en Roemenië. Deze overeenkomsten bereid(d)en de geassocieerde landen voor op de toetreding tot de EU.
|  |
 | Europa van twee snelheden |  |
 | Deze uitdrukking verwijst naar de mogelijkheid dat een groep van lidstaten kan besluiten sneller vooruit te gaan op de weg naar Europese integratie dan de overige lidstaten. Het is al mogelijk dat een groep lidstaten nauwer samenwerkt dan andere, via een mechanisme dat "versterkte samenwerking” wordt genoemd.
|  |
 | Europees aanhoudingsbevel |  |
 | Het Europees aanhoudingsbevel is een rechterlijke beslissing. Het wordt uitgevaardigd door een lidstaat die vraagt om aanhouding en uitlevering van een gezocht persoon. Het is een instrument dat de samenwerking tussen de rechterlijke autoriteiten van de lidstaten wil versterken. Het berust op het beginsel van wederzijdse erkenning van strafrechtelijke beslissingen.
|  |
 | Europees Economisch en Sociaal Comité, EESC |  |
 | Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) behartigt de belangen van verschillende economische en maatschappelijke groeperingen. Het EESC telt (maximaal) 350 leden die over drie groepen zijn verdeeld: werkgevers, werknemers en vertegenwoordigers van specifieke groeperingen (zoals agrariërs, ambachtslieden, consumentenorganisaties).
|  |
 | Europees Hof van Justitie, Hof van Justitie, Hof |  |
 | Het Hof van Justitie toetst het handelen en nalaten van de lidstaten en instellingen van de EU. Naast het oordelen over beroepen wegens onbevoegdheid, nalatigheid en schadevergoeding kan het Hof ook op verzoek van een nationale rechter een uitspraak doen over de interpretatie van het gemeenschapsrecht.
|  |
 | Europees Hof voor de Rechten van de Mens |  |
 | Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is opgericht bij het Europees Verdrag tot de bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Bij het EHRM kunnen lidstaten en burgers (nadat zij de nationale rechtsmiddelen uitgeput hebben) een klacht indien over schending van hun (mensen)rechten. Het EHRM is gevestigd in Straatsburg.
|  |
 | Europees justitieel netwerk in strafzaken |  |
 | Het Europees justitieel netwerk in strafzaken (EJN) heeft als doel de justitiële bijstand bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit te vergemakkelijken. Het justitieel netwerk bestaat uit contactpunten die ter beschikking staan van de plaatselijke justitiële autoriteiten en van de justitiële autoriteiten van de andere lidstaten.
|  |
 | Europees Parlement, EP |  |
 | Het Europees Parlement (EP) vertegenwoordigt de burgers van de EU. Het EP bestaat sinds de uitbreiding uit 788 leden en zal na de verkiezingen in juni 2004 bestaan uit 732 leden. Sinds 1979 worden de parlementsleden elke vijf jaar gekozen door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen. Het EP deelt met de Raad de wetgevende macht en de begrotingsbevoegdheid. Daarnaast oefent het democratische controle uit op de Europese instellingen.
|  |
 | Europees veiligheids- en defensiebeleid, EVDB, gemeenschappelijk defensiebeleid |  |
 | Het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) heeft als doelstelling de civiele en militaire capaciteit van de EU op het gebied van conflictpreventie en crisisbeheersing op internationaal niveau te ontwikkelen om zo bij te dragen aan de handhaving van de internationale vrede en veiligheid.
|  |
 | Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, EVRM |  |
 | Het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) voorziet in een stelsel van internationale bescherming van de rechten van de mens. Dit verdrag is door alle lidstaten geratificeerd. Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens fungeert daarbij als toezichthoudend orgaan.
|  |
 | Europees volkslied |  |
 | In 1972 is door de Raad van Europa een muzikaal arrangement van Herbert von Karajan van de prelude tot de "Ode an die Freude" uit Van Beethovens Negende symfonie aangenomen als Europees volkslied.
|  |
 | Europese Akte |  |
 | De Europese Akte (EA) uit 1987 is de eerste belangrijke verdragswijziging sinds 1958. De hoofddoelstelling van de EA was voltooiing van de binnenmarkt (Europa 1992), vooral door gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming uit te breiden. Daarnaast werd met het oog op opheffing van het democratisch tekort de rol van Europees Parlement versterkt.
|  |
 | Europese Commissie, EC, Commissie |  |
 | De Europese Commissie is de hoedster van de verdragen en het gemeenschapsbelang. De Commissie beschikt daartoe over initiatiefrecht en bevoegdheden op het gebied van uitvoering, beheer en controle. Daarnaast vertegenwoordigt de Commissie de EU op het internationale vlak waar het haar exclusieve bevoegdheidsterrein betreft. Sinds 1 mei 2004 bestaat de Commissie uit 30 commissarissen. In november wordt een nieuwe Commissie met 25 commissarissen beëdigd.
|  |
 | Europese Centrale Bank, ECB |  |
 | De Europese Centrale Bank (ECB) is verantwoordelijk voor de uitvoering van het Europees monetair beleid zoals dit is vastgesteld door het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).
|  |
 | Europese Conventie |  |
 | De Europese Conventie werd ingesteld om een breed maatschappelijk debat over de toekomst van de EU te voeren. De Conventie, die bestond uit regeringsvertegenwoordigers, nationale parlementsleden, leden van de Commissie en het EP, bereikte in juli 2003 overeenstemming over een ontwerpverdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa. Het ontwerpverdrag bestaat uit een herziening van de verdragen, met name van het institutionele kader van de EU.
|  |
 | Europese Economische Gemeenschap, EEG |  |
 | De Europese Economische Gemeenschap werd in 1958 met de Verdragen van Rome opgericht met als doel de integratie van de economische activiteiten van de lidstaten te bevorderen. Het verdrag van Maastricht (1992) veranderde haar naam in Europese Gemeenschap.
|  |
 | Europese Gemeenschappen |  |
 | De drie Europese Gemeenschappen die onderdeel uitmaken van eerste pijler van de EU zijn: de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Economische Gemeenschap.
|  |
 | Europese grondwet |  |
 | Het door de Europese Conventie uitonderhandelde ontwerpverdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa brengt alle verdragen in één verdrag onder. Daarnaast brengt het met het oog op de uitbreiding de noodzakelijke hervormingen aan in het institutionele kader van de EU een enkele beleidsterreinen van de EU. Ook is het Handvest Grondrechten een integraal onderdeel van het ontwerpverdrag. In de Intergouvernementele Conferentie (IGC) werd vervolgens door regeringsleiders onderhandeld over de ontwerpgrondwet. Over de definitieve tekst kon in juni 2004 overeenstemming worden bereikt.
|  |
 | Europese Investeringsbank, EIB |  |
 | De Europese Investeringsbank (EIB) is de financieringsinstelling van de EU. Zij heeft tot taak om via economische integratie en sociale samenhang bij te dragen aan de evenwichtige ontwikkeling van de EU. Zij doet dit door leningen te verstrekken. Ook buiten de EU verleent de EIB financiële steun aan landen waarmee de EU overeenkomsten heeft gesloten (kandidaat-lidstaten en ontwikkelingssamenwerking).
|  |
 | Europese Ombudsman |  |
 | De Europese Ombudsman behandelt klachten van burgers of rechtspersonen uit de EU over gevallen van wanbeheer bij het optreden van de instellingen of organen van de EU (behalve de rechtsprekende instanties). Bij constatering van wanbeheer kan de Ombudsman een onderzoek instellen en aanbevelingen doen.
|  |
 | Europese onderzoeksruimte |  |
 | De Europese onderzoeksruimte (EOR) omvat alle middelen waarover de Gemeenschap beschikt om de onderzoeks- en innovatieactiviteiten beter te coördineren. Het heeft als doel een gemeenschappelijk onderzoeksbeleid tot stand te brengen.
|  |
 | Europese Raad, Europese Top |  |
 | De Europese Raad bestaat uit de staatshoofden en regeringsleiders van de lidstaten van de EU en komt tenminste tweemaal per jaar bijeen (ook wel: Europese Top) om de nodige impulsen aan de ontwikkeling van de EU te geven en algemene beleidslijnen vast te stellen.
|  |
 | Europese Unie |  |
 | De Europese Unie (EU) is de verzamelnaam voor de drie pijlers van integratie: de Europese Gemeenschappen, het buitenlands en veiligheidsbeleid en Justitie en Binnenlandse Zaken. De Europese Unie is op 1 november 1993 van start gegaan.
|  |
 | Europese vlag |  |
 | De Europese vlag bestaat uit een cirkel van twaalf gouden sterren op een blauwe achtergrond. De cirkel van gouden sterren staat voor de solidariteit en de harmonie tussen de volkeren van Europa. Het aantal sterren heeft niets te maken met het aantal lidstaten. Er zijn twaalf sterren omdat dit cijfer traditioneel een symbool is van perfectie, volledigheid en eenheid. De vlag blijft dan ook dezelfde ongeacht de toekomstige uitbreidingen van de EU.
|  |
 | Europese werkgelegenheidsstrategie |  |
 | De Europese werkgelegenheidsstrategie (EWS) is gebaseerd op de volgende punten: inzetbaarheid, ondernemerschap, aanpassingsvermogen en gelijke kansen. Deze punten moeten elk jaar door de lidstaten worden vertaald naar nationale actieplannen voor de werkgelegenheid. Op dit moment is het doel om beter in te spelen op de vergrijzende bevolking, de intreding van vrouwen op de arbeidsmarkt, de uitbreiding en de steeds snellere veranderingen in de economie.
|  |
 | Europol |  |
 | Het doel van de Europese politiedienst is het ontwikkelen van de politionele samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van preventie en bestrijding van vormen van internationale georganiseerde misdaad (bijv. illegale drugshandel, illegale immigratie, terrorisme). Europol is in Den Haag gevestigd.
|  |
 | Euroscepticus |  |
 | Deze term wordt gebruikt om een persoon aan te duiden die tegen Europese integratie is of die "sceptisch" is ten aanzien van de EU en haar doelstellingen.
|  |
 | Externe bevoegdheden van de Europese Gemeenschap |  |
 | Met externe bevoegdheden van de Europese Gemeenschap (EG) wordt bedoeld de mogelijkheid van de EG om gezamenlijk naar buiten op te treden. De bevoegdheden zijn exclusief als ze volledig door de EG worden uitgeoefend en zijn gemengd als ze gedeeltelijke door de EG en gedeeltelijk door de lidstaten worden uitgeoefend.
|  |
 | F | |  |
 | Financiële perspectieven, financiële vooruitzichten |  |
 | De financiële vooruitzichten vormen het raamwerk van de gemeenschapsuitgaven over een periode van verschillende jaren. Zij zijn het resultaat van een akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie. De financiële vooruitzichten geven de maximumomvang en de samenstelling van de te verwachten gemeenschapsuitgaven aan. Ze komen niet overeen met de meerjarenbegroting, omdat de jaarlijkse begrotingsprocedure noodzakelijk is om het daadwerkelijke bedrag van de uitgaven en de verdeling over de verschillende begrotingsplaatsen vast te stellen.
|  |
 | Fort Europa |  |
 | De term “Fort Europa” wordt wel eens gebruikt om aan te geven dat Europa zich wil beschermen tegen invloeden van buitenaf. De term komt dikwijls voor in discussies over asielrecht en over regelgeving betreffende immigratie.
|  |
 | G | |  |
 | Gekwalificeerde meerderheid |  |
 | Tot 1 november 2004 Bij besluitvorming op basis van gekwalificeerde meerderheid worden de stemmen van de lidstaten gewogen. Voor de goedkeuring van een voorstel van de Europese Commissie is de steun van de meerderheid van de lidstaten en een minimaal aantal stemmen (88 van de 124 stemmen) in de Raad nodig. Een lidstaat kan echter verlangen na te gaan of een gekwalificeerde meerderheid tevens tenminste 62% van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigt. Na 1 november 2004 Bij besluitvorming op basis van gekwalificeerde meerderheid worden de stemmen van de lidstaten gewogen. Voor de goedkeuring van een voorstel van de Europese Commissie is de steun van de meerderheid van de lidstaten en een minimaal aantal stemmen (232 van de 321 stemmen) in de Raad nodig. Een lidstaat kan echter verlangen na te gaan of een gekwalificeerde meerderheid tevens tenminste 62% van de totale bevolking van de EU vertegenwoordigt.
|  |
 | Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid, GBVB |  |
 | Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB) (ook wel: tweede pijler) stelt zich tot doel de gemeenschappelijke waarden, de fundamentele belangen, de onafhankelijkheid en integriteit van de EU te beschermen, de veiligheid van de EU en de internationale veiligheid te versterken, de internationale samenwerking te bevorderen, democratie en rechtsstaat te ontwikkelen en de mensenrechten en fundamentele vrijheden te eerbiedigen.
|  |
 | Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, GLB |  |
 | Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) - één van de voornaamste beleidsterreinen van de EU - beoogt redelijke prijzen voor Europese consumenten en een eerlijk inkomen voor agrariërs te garanderen. Dit gebeurt door de gemeenschappelijke ordening van landbouwmarkten en de naleving van de principes van eenheid van prijzen, financiële solidariteit (subsidies) en gemeenschapspreferentie.
|  |
 | Gemeenschappelijk vervoerbeleid |  |
 | Het gemeenschappelijk vervoerbeleid is gericht op de invoering van gemeenschappelijke regels voor het internationaal vervoer. Het gaat dan om vervoer dat plaatsvindt vanaf of naar het grondgebied van een lidstaat, of waarbij van het grondgebied van een of meer lidstaten gebruik wordt gemaakt. Het houdt ook de vaststelling in van de voorwaarden voor toelating van buitenlandse vervoerders tot het nationaal vervoer in een lidstaat. Tenslotte omvat het de maatregelen waardoor de veiligheid van het vervoer kan worden verbeterd.
|  |
 | Gemeenschappelijke handelspolitiek |  |
 | De gemeenschappelijke handelspolitiek behoort tot de exclusieve bevoegdheid van de Gemeenschap. Dit betekent dat de EG gezamenlijk naar buiten kan optreden. De handelspolitiek heeft een douane-unie tussen de lidstaten tot stand gebracht. Zij berust op uniforme beginselen, met name met betrekking tot tariefwijzigingen, de sluiting van tarief- en handelsakkoorden met derde landen en het uit- en invoerbeleid.
|  |
 | Gemeenschappelijke marktordeningen |  |
 | Gemeenschappelijk marktordeningen (GMO’s) zijn door de Gemeenschap vastgestelde regelingen voor de productie van en handel in landbouwproducten van alle lidstaten van de EU. De GMO’s zijn vooral een middel om de doelstellingen van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid te bereiken. In het bijzonder kunnen GMO’s markten stabiliseren, een redelijke levensstandaard aan de landbouwbevolking verzekeren en de productiviteit in de landbouw verhogen.
|  |
 | Gemeenschapsbegroting |  |
 | In de begroting van de EU, de Gemeenschapsbegroting, zijn bijna alle ontvangsten en uitgaven van de EU opgenomen. De uitgaven die vallen onder het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid en onder politiële en justitiële samenwerking in strafzaken zijn niet in de begroting opgenomen.
|  |
 | Gemeenschapsrecht |  |
 | Het gemeenschapsrecht in engere zin beslaat de oprichtingsverdragen en de besluiten ter uitvoering van deze verdragen. In bredere zin omvat het gemeenschapsrecht alle rechtsregels die gelden binnen de EU (dus ook de algemene rechtsbeginselen, rechtspraak van het Hof van Justitie en de door de EU gesloten internationale overeenkomsten).
|  |
 | Gerecht van Eerste Aanleg (GEA) |  |
 | Om de werklast van het Hof van Justitie te verlichten is in 1989 het Gerecht van Eerste Aanleg (GEA) ingesteld. Door invoering van het GEA kent de EU thans een rechtspraak in twee instanties; het GEA is de rechter in eerste aanleg voor vrijwel alle rechtstreekse beroepen.
|  |
 | Governance |  |
 | De term governance slaat op alle regels, procedures en gebruiken die de uitoefening van macht binnen de EU mogelijk maken.
|  |
 | Groenboeken |  |
 | Groenboeken zijn door de Europese Commissie gepubliceerde documenten die een discussie over een bepaald onderwerp willen stimuleren. Het overleg dat naar aanleiding van een groenboek plaatsvindt kan tot de publicatie van een witboek leiden waarin de resultaten van de discussie in de vorm van concrete actiemaatregelen worden opgenomen.
|  |
 | Grondleggers |  |
 | Robert Schuman en Jean Monnet worden de grondleggers van de Europese Unie genoemd. Deze twee mannen hadden na de Tweede Wereldoorlog het idee om de volkeren van Europa te verenigen zodat er nooit meer oorlog zou uitbreken in Europa.
|  |
 | Gymnich |  |
 | Gymnich is het informele en halfjaarlijkse overleg van de ministers van Buitenlandse Zaken. Het overleg is vernoemd naar de Duitse plaats Gymnich waar de eerste informele vergadering tussen deze ministers werd gehouden.
|  |
 | H | |  |
 | Handvest Grondrechten |  |
 | In het Handvest Grondrechten zijn de grondrechten die op het niveau van de EU gelden samengebracht. Het ontwerpverdrag voor vaststelling van een Grondwet voor Europa stelt voor het Handvest integraal in het verdrag op te nemen, waardoor het Handvest juridischbindend wordt.
|  |
 | Hoge Vertegenwoordiger |  |
 | De Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (HV) staat de voorzitter van de Raad bij in zaken die onder het GBVB vallen. Daarnaast voert de HV namens de Raad en op verzoek van het voorzitterschap de politieke dialoog met landen buiten de EU. De functie van HV wordt door de secretaris-generaal van de Raad vervuld. Op dit moment is Javier Solana de Hoge Vertegenwoordiger.
|  |
 | I | |  |
 | IMF |  |
 | IMF is de afkorting van Internationaal Monetair Fonds. Deze internationale instelling heeft de volgende doelstellingen:
- Het promoten van internationale monetaire samenwerking;
- Stabiele wisselkoersen en goede afspraken hier over;
- Het stimuleren van economische groei en een hoog niveau van werkgelegenheid;
- Het geven van tijdelijke financiële hulp aan landen.
|  |
 | Informatiemaatschappij |  |
 | Met de informatiemaatschappij wordt in één woord samengevat wat wordt bedoeld met alle nieuwe informatie- en communicatietechnologieën. De toename van elektronische uitwisseling van informatie, de digitale technologieën, de exponentiële groei van het internet en de liberalisering van de telecommunicatiesector zijn hier voorbeelden van.
|  |
 | Initiatiefrecht, recht van initiatief |  |
 | Om haar rol van hoedster van de verdragen en het gemeenschapsbelang te kunnen spelen, beschikt de Europese Commissie over een (vrijwel exclusief) recht van initiatief. Zij heeft op grond daarvan het recht en tevens de plicht om voorstellen te doen over onderwerpen die in het verdrag zijn opgenomen. De voorstellen van de Commissie worden vervolgens voorgelegd aan het Europees Parlement en de Raad.
|  |
 | Intergouvernementeel |  |
 | Intergouvernementele samenwerking staat voor samenwerking tussen regeringen van verschillende staten.
|  |
 | Intergouvernementele Conferentie, IGC |  |
 | Een Intergouvernementele Conferentie (IGC) is een conferentie van vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten die tot doel heeft wijzigingen in de verdragen aan te brengen. Zo resulteerde de IGC van 2004 in een verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa.
|  |
 | Interne markt, gemeenschappelijke markt |  |
 | Met het begrip interne markt (ook wel: gemeenschappelijke markt) wordt gedoeld op de vier basisvrijheden van de EU: het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
|  |
 | J | |  |
 | Justitie en Binnenlandse Zaken, JBZ, derde pijler |  |
 | De samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken (JBZ) (ook wel: derde pijler) heeft tot doel een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid tot stand te brengen. Deze samenwerking is gericht op de tenuitvoerlegging van het beginsel van vrij verkeer van personen en omvat o.m. het asielbeleid, immigratiebeleid, drugsbestrijding, internationale fraudebestrijding, douanesamenwerking, justitiële en politionele samenwerking. Een deel van het werkterrein van JBZ is met het Verdrag van Amsterdam (1997) overgeheveld naar de eerste pijler; de resterende aangelegenheden betreffen de politionele en justitiële samenwerking in strafzaken.
|  |
 | K | |  |
 | Kandidaat-landen, kandidaat-lidstaten, kandidaatlanden, kandidaatlidstaten |  |
 | Landen die om toetreding tot de EU hebben verzocht en waarvan de Europese Raad heeft bepaald dat zij voldoen aan de voor toetreding gestelde politieke criteria zijn kandidaat-lidstaten (ook wel: kandidaat-landen). Na verwerving van de status van kandidaat-lidstaat worden onderhandelingen met het land geopend.
|  |
 | L | |  |
 | Lidstaten van de EU |  |
 | Vanaf 1 mei 2004 zijn de volgende staten lid van de EU: Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg, Nederland, België, Denemarken, Groot-Brittannië, Ierland, Griekenland, Portugal, Spanje, Finland, Oostenrijk, Zweden, Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.
|  |
 | Lissabon-strategie, Lissabonproces |  |
 | Het Lissabonproces is het plan van de EU om in 2010 de meest dynamische en concurrerende economie van de wereld te zijn. De strategie is vernoemd naar de plaats waar in maart 2000 tijdens de Europese Top tot deze strategie is besloten.
|  |
 | M | |  |
 | Medebeslissingsprocedure |  |
 | De medebeslissingsprocedure geeft het Europees Parlement de bevoegdheid om samen met de Raad besluiten te nemen. Door invoering van deze procedure is de wetgevende macht van het Europees Parlement toegenomen.
|  |
 | N | |  |
 | Nauwere samenwerking |  |
 | Binnen de EU is het mogelijk dat lidstaten meer kunnen samenwerken dan in de verdragen is vastgelegd. Na raadpleging van het EP kan door de Raad toestemming verleend worden.
|  |
 | NAVO |  |
 | De Noord-Atlantische Verdragsorganisatie (NAVO) is een militair bondgenootschap dat in 1949 werd opgericht. De meeste lidstaten van de EU zijn ook lid van de NAVO en de NAVO erkent op haar beurt de Europese veiligheids- en defensieidentiteit (EVDI). Secretaris-generaal is de Nederlander Jaap de Hoop Scheffer.
|  |
 | Nederlandse Antillen |  |
 | De Nederlandse Antillen zijn geen lid van de EU maar zijn hiermee geassocieerd. Doel van de associatie is het bevorderen van economische en sociale ontwikkeling van deze landen en gebieden en de totstandbrenging van nauwe economische betrekkingen tussen hen en de EU. De associatie schept de mogelijkheid om de belangen en de welvaart van de inwoners te bevorderen en op deze manier te zorgen voor een betere economische, sociale en culturele ontwikkeling.
|  |
 | Non-discriminatiebeginsel |  |
 | Het beginsel van non-discriminatie beoogt een gelijke behandeling van alle individuele personen te garanderen.
|  |
 | O | |  |
 | OLAF |  |
 | OLAF (Office Européen de lutte anti-fraude) is het Europees bureau voor fraudebestrijding. Zijn taak is het bestrijden van fraude ten nadele van de begroting van de EU. OLAF doet onafhankelijk onderzoek naar het beheer en de financiering van alle instellingen en organen van de EU.
|  |
 | Oprichtingsverdragen |  |
 | De totstandkoming van de EU is gebaseerd op een aantal oprichtingsverdragen, te weten het Verdrag tot de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie. De oprichtingsverdragen zijn gewijzigd door middel van herzieningsverdragen (Europese Akte, het Verdrag van Maastricht, het Verdrag van Amsterdam, het verdrag van Nice en recentelijk het verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa).
|  |
 | Opting out, Opting-out |  |
 | Met de opname van een opting out clausule (uitstapmogelijkheid) in het verdrag wordt aan lidstaten, om een algemene blokkering van de onderhandelingen te voorkomen, de mogelijkheid gegeven om op een bepaald gebied niet aan de gemeenschappelijke samenwerking deel te nemen.
|  |
 | OVSE |  |
 | OVSE is de afkorting van Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa. Het OVSE-gebied telt 55 landen waaronder de Verenigde Staten, Canada en Europa, maar ook alle landen van de voormalige Sovjet-Unie. De OVSE is de enige Europese veiligheidsorganisatie waarvan de Russische Federatie volledig lid is. De OVSE probeert vooral conflicten te voorkomen of na een conflict bij te dragen aan de wederopbouw van de democratie en de rechtsstaat. Het is geen organisatie van de EU, maar werkt hier wel heel nauw mee samen.
|  |
 | P | |  |
 | Parlementaire commissie |  |
 | Parlementaire commissies zijn commissies van het Europees Parlement (EP). In deze commissies worden besluiten van het EP voorbereid.
|  |
 | Partnerschap voor de toetreding |  |
 | Het partnerschap voor de toetreding is een afspraak tussen de Raad en de kandidaat-lidstaten. In één document wordt de coördinatie van de hulp aan elk kandidaat-land geregeld en worden de prioriteiten en de financiële steun vastgesteld.
|  |
 | Petitierecht |  |
 | Het recht van petitie geeft iedere burger en rechtspersoon van de EU het recht om individueel of gezamenlijk bij het Europees Parlement een verzoekschrift of een klacht in te dienen over een onderwerp dat tot de werkterreinen van de EU behoort en dat hem of haar rechtstreeks aangaat.
|  |
 | Phare |  |
 | Phare is het programma van de Gemeenschap voor steun aan de landen van Midden- en Oost-Europa. Het Phare-programma ging van start na de ineenstorting van de communistische regimes in Midden- en Oost-Europa. Het programma was toen bedoeld om die landen te helpen hun economieën te hervormen. Nu heeft het Phare-programma voor de periode 2000 - 2006 de volgende twee prioriteiten: de versterking van de instellingen en bestuur van de tien nieuwe lidstaten en de financiering van investeringen.
|  |
 | Pijlers |  |
 | In het spraakgebruik van de EU wordt gesproken over de drie pijlers van de EU. De eerste pijler wordt gevormd door de Europese Gemeenschappen. De tweede pijler omvat het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid (GBVB). De derde pijler beslaat ten slotte de Politiële en Justitiële Samenwerking in strafzaken.
|  |
 | Prejudiciële procedure bij het Europees Hof van Justitie |  |
 | Met het oog op een juiste toepassing van het gemeenschapsrecht en om te voorkomen dat de nationale rechters het gemeenschapsrecht onderling verschillend uitleggen, is door de verdragen een zogenoemde prejudiciële procedure ingesteld. Hiermee wordt een samenwerking bedoeld waarin geen sprake is van een hiërarchische verhouding. In zaken waarin het gemeenschapsrecht in het geding is, kan - en moet soms - de nationale rechter, wanneer hij twijfelt over de uitlegging of de geldigheid van dat recht, zich richten tot het Hof en vragen stellen door middel van een prejudiciële verwijzing. Het Hof bepaalt wat recht is. Dit wil zeggen dat het verklaart hoe in een bepaald geval het gemeenschapsrecht luidt. De nationale rechter tot wie het antwoord is gericht, moet dit recht vervolgens toepassen in de zaak die bij hem aanhangig is, en wel precies volgens de uitlegging die het Hof eraan heeft gegeven, zonder er iets aan te mogen afdoen of veranderen.
|  |
 | Pretoetredingssteun, pre-accessiesteun |  |
 | Om kandidaat-lidstaten in staat te stellen op het moment van toetreding zich aan de regels van de EU te houden, verleent de EU financiële hulp.
|  |
 | Q | |  |
 | |  |
 | |  |
 | R | |  |
 | Raad van Europa |  |
 | De Raad van Europa is een internationale organisatie die de bevordering van een grotere Europese eenheid, meer aandacht voor de democratie, de principes van de rechtsstaat en de rechten van de mens tot doel heeft. De Raad van Europa maakt geen onderdeel uit van de EU. Hij is gevestigd in Straatsburg.
|  |
 | Raad van de Europese Unie, Raad van Ministers, Raad |  |
 | De Raad van de Europese Unie (ook wel: Raad of Raad van Ministers) is samengesteld uit de ministers van de lidstaten van de EU. De Raad heeft een wisselende samenstelling aangezien het onderwerp dat op de agenda staat daarbij bepalend is. De Raad is, in de meeste gevallen tezamen met het Europees Parlement, het besluitvormende orgaan van de EU.
|  |
 | Raadplegingsprocedure |  |
 | De raadplegingsprocedure stelt het Europees Parlement in de gelegenheid advies uit te brengen aan de Raad over een voorstel van de Europese Commissie. Dit advies is niet bindend.
|  |
 | Rechten van de mens |  |
 | In het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de mens (EVRM) zijn de rechten van de mens beschreven. Voor schending van de in het verdrag opgenomen rechten kunnen burgers zich wenden tot het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook het Hof van Justitie van de EU heeft in zijn rechtspraak deze rechten bevestigd.
|  |
 | Richtlijn |  |
 | Een richtlijn is een bindende afspraak voor elke lidstaat waarvoor de richtlijn is bestemd. De lidstaten kunnen zelf bepalen hoe zij de richtlijn invoeren in de nationale wet- en regelgeving. Als een richtlijn niet op tijd is ingevoerd, dan kunnen burgers de rechten die voortvloeien uit de richtlijn wel inroepen voor een nationale rechter.
|  |
 | S | |  |
 | Samenwerkingsprocedure |  |
 | De samenwerkingsprocedure geeft het Europees Parlement (EP) meer invloed in het wetgevingsproces. Het EP geeft advies op een voorstel van de Europese Commissie (EC) aan de Raad. Het voorstel wordt met het advies naar de Raad gestuurd. De Raad stelt vervolgens een gemeenschappelijk standpunt vast en stuurt dit standpunt naar het EP. Het EP kan het standpunt binnen drie maanden goedkeuren, amenderen of verwerpen. In de laatste twee gevallen moet dat gebeuren met volstrekte meerderheid van zijn leden. Indien het voorstel door het EP wordt verworpen, kan de Raad in tweede lezing slechts met eenparigheid van stemmen besluiten. De EC behandelt dan het voorstel op basis waarvan de Raad zijn gemeenschappelijk standpunt heeft vastgesteld, opnieuw en legt haar voorstel voor aan de Raad. Het staat de EC vrij de door het EP voorgestelde amendementen over te nemen of te verwerpen. Binnen een termijn van drie maanden kan de Raad het opnieuw behandelde voorstel met gekwalificeerde meerderheid van stemmen aannemen, het voorstel met eenparigheid van stemmen wijzigen of de niet door de EC overgenomen amendementen, eveneens met eenparigheid van stemmen, goedkeuren. In de samenwerkingsprocedure kan de Raad altijd de wetgevingsprocedure blokkeren door te weigeren zich uit te spreken over de door het Europees Parlement voorgestelde amendementen of over het gewijzigde voorstel van de Commissie.
|  |
 | Schorsingsclausule |  |
 | De met het Verdrag van Amsterdam ingevoerde schorsingsclausule houdt in dat bepaalde rechten van een lidstaat kunnen worden geschorst indien een lidstaat de beginselen van de EU ernstig en voortdurend schendt. De verplichtingen van deze lidstaat blijven echter voortbestaan.
|  |
 | Screening |  |
 | Screening is het proces waarbij de Europese Commissie kijkt naar de verenigbaarheid van de wetgeving van lidstaten met de gemeenschappelijke regels van de EU.
|  |
 | Sociaal Handvest |  |
 | Het Sociaal Handvest, waarin politieke verplichtingen voor de lidstaten zijn opgenomen werd in 1989 in de vorm van een verklaring door de meeste lidstaten aangenomen. waarin morele verplichtingen zijn opgenomen om de naleving van bepaalde sociale rechten in de ondertekenende lidstaten te waarborgen. Het gaat vooral over de arbeidsmarkt, de beroepsopleiding, gelijke kansen en het arbeidsmilieu.
|  |
 | Sociale dialoog |  |
 | De sociale dialoog is de overlegprocedure voor de sociale partners (werkgevers en werknemers) op Europees niveau. Hieronder vallen de discussies tussen de Europese sociale partners, hun gezamenlijke acties en hun eventuele onderhandelingen alsook de discussies tussen de sociale partners en de instellingen van de EU. Sinds de Europese Akte (1986) is de Europese Commissie verplicht deze dialoog verder te ontwikkelen.
|  |
 | Stabiliteits- en groeipact, Stabiliteitspact |  |
 | Het Stabiliteits- en groeipact (SGP) heeft tot doel ervoor te zorgen dat de begrotingsdiscipline van de lidstaten na de invoering van Euro wordt voortgezet. Het SGP verplicht de aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) deelnemende lidstaten tot het opstellen van een stabiliteitsprogramma; de lidstaten die niet deelnemen moeten volgens hetzelfde model een convergentieprogramma indienen. De Raad beschikt over de mogelijkheid sancties op te leggen indien een lidstaten onvoldoende maatregelen neemt voor het handhaven van de begrotingsdiscipline.
|  |
 | Steunmaatregelen van de staat |  |
 | Het is staten niet toegestaan met staatsmiddelen ondernemingen of producties te steunen. Elk door de staat toegekend voordeel wordt beschouwd als staatssteun wanneer het een economisch voordeel oplevert voor de begunstigde, op selectieve wijze aan bepaalde ondernemingen of voor bepaalde producten steun wordt toegekend, het kan leiden tot concurrentievervalsing, het van invloed is op het handelsverkeer tussen de lidstaten. Een volledig verbod op staatssteun is niet mogelijk, er is een aantal vrijstellingen. Alle steunmaatregelen moeten aan de EC worden voorgelegd en kunnen alleen met haar toestemming worden uitgevoerd.
|  |
 | Structuurbeleid, Structuurfondsen, Cohesiefondsen |  |
 | Het Structuurfondsen en Cohesiefondsen zijn onderdeel van het structuurbeleid van de EU. Daarmee beoogt de EU het verschil in ontwikkeling tussen de regio's en de lidstaten in de EU te verkleinen.
|  |
 | Subsidiaire bevoegdheden |  |
 | Op voorstel van de Europese Commissie kan de Raad passende maatregelen nemen zonder dat daarvoor een uitdrukkelijke bevoegdheid in het verdrag is vastgelegd. De Raad kan dit indien een gemeenschappelijk optreden noodzakelijk blijkt om een van de doelstellingen van integratie te verwezenlijken.
|  |
 | Subsidiariteit |  |
 | Het subsidiariteitsbeginsel beoogt een besluitvorming te garanderen die zo dicht mogelijk bij de burger staat. Dit betekent dat de EU alleen optreedt wanneer haar optreden doeltreffender is dan een optreden op nationaal, regionaal of lokaal niveau.
|  |
 | Supranationaal |  |
 | Supranationale samenwerking is samenwerking waarbij nationale regelgevende en bestuurlijke bevoegdheden worden overgedragen aan een (internationale) organisatie. Staten beperken daarmee hun nationale soevereiniteit; zij zijn gebonden aan de regels van de supranationale organisatie.
|  |
 | T | |  |
 | TAIEX |  |
 | TAIEX staat voor Technical Assistance Information Exchange Office. Dit bureau is opgericht om de landen van Midden- en Oost-Europa met betrekking tot de wetgeving over de interne markt te helpen en te informeren. Als gesprekspartners heeft TAIEX de overheidsinstellingen van de kandidaat-landen en van de lidstaten en verenigingen van particuliere sectoren. Het versterkt de wetgevingsteksten van het acquis communautaire en organiseert opleidingsvergaderingen en bezoeken van deskundigen in de landen die daarom verzoeken. De rol van TAIEX is van groot belang bij het evaluatieproces van de conformiteit van de wetgeving van de kandidaat-landen met de gemeenschappelijke wetgeving. Daarnaast verleent het bureau bijstand bij de omzetting en tenuitvoerlegging van het aquis in de kandidaat-landen.
|  |
 | Terrorisme |  |
 | De EU wil een hoog niveau van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid garanderen. Hiervoor moeten een aantal maatregelen genomen worden zoals de politiële en justitiële samenwerking versterken, een einde maken aan de financiering van het terrorisme en de veiligheid van het luchtverkeer versterken.
|  |
 | Titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie |  |
 | Titel V van het Verdrag betreffende de oprichting van de EU gaat over het bepalen van een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid. Dit wordt ook wel de tweede pijler genoemd.
|  |
 | Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie |  |
 | Titel VI van het Verdrag betreffende de Europese Unie gaat over de politiële en justitiële samenwerking tussen de lidstaten. Dit wordt ook wel de derde pijler genoemd.
|  |
 | Toetredingscriteria |  |
 | Om toe te kunnen treden tot de EU moet een land aan de door de Europese Raad vastgestelde toetredingscriteria voldoen: politieke stabiliteit, een functionerende markteconomie, overname van het acquis communautaire (onderschrijven van de politieke, economische en monetaire doelstellingen van de EU).
|  |
 | Toetredingsonderhandelingen |  |
 | Met de landen die als kandidaat-lidstaat zijn aangemerkt, worden toetredingsonderhandelingen gevoerd. De onderhandelingen gaan over het vermogen van de kandidaat-lidstaten om alle verplichtingen van een lidstaat na te komen en het acquis communautaire toe te passen. Voorts gaan de onderhandelingen over pretoetredingssteun die de EU kan verlenen om de overname van het acquis te vergemakkelijken.
|  |
 | Trojka + Troika |  |
 | De trojka wordt gevormd door het huidige voorzitterschap, de secretaris-generaal van de Raad (die ook de functie van Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid uitoefent) en de toekomstige voorzitter.
|  |
 | Tweede pijler |  |
 | De tweede pijler betreft het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid.
|  |
 | U | |  |
 | |  |
 | |  |
 | V | |  |
 | Verdrag |  |
 | Een verdrag is een schriftelijke en bindende regeling tussen staten onderling of tussen staten en internationale organisaties. Ook een overeenkomst, akkoord, conventie of protocol is juridisch gezien een verdrag.
|  |
 | Verdrag van Amsterdam |  |
 | In dit verdrag (Op 1 mei1999 in werking getreden) werden enkele nieuwe afspraken gemaakt op het terrein van het bestuur van de EU.
- Burgers hebben voortaan recht op toegang tot documenten afkomstig van de Europese Commissie (EC) en het Europees Parlement (EP). Ook de Raad van Ministers moet de notulen van haar vergadering beschikbaar stellen wanneer deze Raad als wetgever optreedt;
- Het EP heeft voortaan op meer beleidsterreinen het laatste woord. Ook heeft het EP meer invloed gekregen op de benoeming van de EC;
- Een betere bestrijding van fraude met gemeenschapsgeld wordt mogelijk. De Europese Rekenkamer heeft meer bevoegdheden gekregen om het beheer van gemeenschapsgeld te controleren. De douanediensten van de lidstaten kregen meer mogelijkheden om samen te werken bij de bestrijding van fraude.
|  |
 | Verdrag van Maastricht |  |
 | Het Verdrag van Maastricht heet officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie en is op 7 februari 1992 getekend door de toen nog twaalf lidstaten van de Europese Gemeenschap. In het Verdrag van Maastricht werden de bestaande EG-Verdragen uitgebreid met bepalingen over samenwerking op beleidsterreinen als economisch en monetair beleid, buitenlands en veiligheidsbeleid, sociaal beleid en onderdelen van de beleidsterreinen van justitie en binnenlandse zaken. De samenwerking die op een aantal van deze terreinen al bestond, kreeg een nieuw juridisch kader in het Unieverdrag. De communautaire (eerste) pijler van het Unieverdrag wordt gevormd door de oude en ten dele aangepaste EG-Verdragen en de nieuwe bepalingen met betrekking tot de vorming van een Economische en Monetaire Unie. De intergouvernementele pijlers worden gevormd door het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid en de samenwerking op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken. Het Unieverdrag kent verder het Europees Parlement extra bevoegdheden toe. De belangrijkste daarvan is het medebeslissingsrecht. Tenslotte werd in het Unieverdrag nog een tekst opgenomen over het beginsel van subsidiariteit. De Europese Unie werd op 1 november 1993 een feit.
|  |
 | Verdrag van Nice |  |
 | Op 11 december 2000 werd in Nice een politiek akkoord bereikt over een nieuw verdrag over wijzigingen in het EG- en EU-Verdrag. Het gaat om institutionele wijzigingen die de EU moeten voorbereiden op de uitbreiding van de EU. Het verdrag is ondertekend op 26 februari 2001 en na ratificatie door alle lidstaten op 1 februari 2003 in werking getreden. Belangrijke wijzigingen:
- Uitbreiding van de mogelijkheden van de Raad om met gekwalificeerde meerderheid (in plaats van unanimiteit) te beslissen en aanpassing van de stemverhouding binnen de Raad met het oog op de uitbreiding van de Unie;
- Uitbreiding van de mogelijkheden van het Europees Parlement als mede-wetgever (co-decisierecht) op te treden bij besluiten die de Raad met gekwalificeerde meerderheid neemt en aanpassing van het zetelaantal van het Europees Parlement met het oog op de uitbreiding van de Unie;
- Aanpassing van de samenstelling van de Commissie. Vanaf 2005 is de Commissie samengesteld uit één commissaris per lidstaat (de vijf grote lidstaten leveren hun tweede commissaris in). Zodra de Unie 27 lidstaten telt, zal worden besloten de Commissie uit minder leden dan het totaal aantal lidstaten te laten bestaan.
|  |
 | Verdragen van Rome |  |
 | Met de Verdragen van Rome werden de Europese (Economische) Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie opgericht. De verdragen traden op 1 januari 1958 in werking.
|  |
 | Verklaring van Laken |  |
 | De Verklaring van Laken, die in december 2001 door de Europese Raad werd aangenomen, bepaalt dat de EU democratischer, transparanter en efficiënter moet worden; de met het Verdrag van Nice ingezette institutionele hervormingen dienden te worden voortgezet. De Europese Raad heeft daartoe een Conventie over de Toekomst van Europa in het leven geroepen.
|  |
 | Versterkte samenwerking, nauwere samenwerking |  |
 | Nauwere samenwerking creëert de mogelijkheid voor een kleinere groep lidstaten (minimaal 8 lidstaten) om op een bepaald gebied nauwer te gaan samenwerken dan in de verdragen is voorzien. De landen die niet meedoen aan deze samenwerking hebben de mogelijkheid hebben zich op een later tijdstip aan te sluiten.
|  |
 | Vier vrijheden |  |
 | De vier vrijheden zijn: het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal.
|  |
 | Voedselveiligheid |  |
 | Door de verschillende voedselcrises van de afgelopen jaren in Europa, staat dit onderwerp hoog op de politieke agenda. Voedselveiligheid hangt direct samen met het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, maar ook met milieu, volksgezondheid, consumentenbescherming en de ontwikkeling van de interne markt.
|  |
 | Voorzitter van de Europese Commissie |  |
 | De voorzitter van de Europese Commissie beslist over de interne organisatie van de Commissie. Tevens benoemt hij vice-voorzitters en kan hij om het ontslag van een lid van de Commissie verzoeken. De voorzitter van de Commissie wordt voorgedragen door de Raad; deze voordracht moet goedgekeurd worden door het Europese Parlement.
|  |
 | Voorzitterschap van de Europese Unie |  |
 | De Voorzitter van de EU is de lidstaat die het voorzitterschap van de Raad bekleedt. Het voorzitterschap wordt door de leden van de Raad bij toerbeurt uitgeoefend, voor een periode van zes maanden volgens een vastgestelde volgorde. Naast het voorzitten van de Raad heeft de voorzitter als taken het opstellen van de agenda van de Raad, het onderhouden van contacten met lidstaten en het vertegenwoordigen van de EU in de rest van de wereld.
|  |
 | W | |  |
 | Wereldbank |  |
 | De Wereldbank is geen bank in de gebruikelijke zin des woords. Zij behoort tot de gespecialiseerde agentschappen van de Verenigde Naties en telt 184 lidstaten. Deze landen zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor de financiering van de Wereldbank en de manier waarop het geld wordt besteed. Samen met de rest van de ontwikkelingsgemeenschap richt de Wereldbank zich op het verwezenlijken van de Millenniumdoelstellingen die de VN-leden in 2000 zijn overeengekomen en die gericht zijn op duurzame armoedebestrijding. De Wereldbankgroep heeft zich ten doel gesteld de armoede te bestrijden en de levensstandaard van de bevolking in de ontwikkelingslanden te verbeteren. Het is een ontwikkelingsbank die leningen, beleidsadviezen en technische ondersteuning biedt aan landen met een laag of middelhoog inkomen en kennis met hen deelt om armoede te bestrijden. De Bank bevordert de economische groei om banen te scheppen en de armen in staat te stellen van deze kansen te profiteren.
|  |
 | Wereldhandelsorganisatie |  |
 | De Wereldhandelsorganisatie is de enige internationale organisatie die zich op mondiaal niveau bezighoudt met regelgeving voor de handel tussen naties. De WTO-overeenkomsten vormen de grondslag. Het merendeel van 's werelds handelsnaties was betrokken bij de onderhandelingen over deze overeenkomsten en heeft ze vervolgens ondertekend en laten bekrachtigen door hun parlementen. Het doel van de Wereldhandelsorganisatie is producenten, importeurs en exporteurs van goederen en diensten te ondersteunen bij hun bedrijfsactiviteiten. De WTO telt 148 lidstaten.
|  |
 | Werkgelegenheidscomité |  |
 | Het werkgelegenheidscomité heeft tot taak de Raad bij te staan bij onderwerpen over werkgelegenheid. Verder ziet het toe op het werkgelegenheids- en arbeidsmarktbeleid van de lidstaten, bevordert het de coördinatie ervan en verstrekt het adviezen. Voor informatie raadpleegt het comité de sociale partners van de EU. Het comité bestaat uit twee vertegenwoordigers per lidstaat en twee vertegenwoordigers van de Europese Commissie.
|  |
 | Wetgevingstraject |  |
 | De wetgeving van de EU wordt door de Europese Commissie voorgesteld maar het zijn de Raad en het Europees Parlement die de wetgevingsvoorstellen bespreken en wijzigen en vervolgens besluiten deze al dan niet goed te keuren.
|  |
 | Witboeken |  |
 | Witboeken zijn documenten van de Europese Commissie waarin voorstellen voor actie op een specifiek terrein zijn opgenomen. Indien een witboek positief wordt ontvangen door de Raad, kan daarop een gemeenschappelijk actieprogramma worden vastgesteld.
|  |
 | X | |  |
 | |  |
 | |  |
 | Y | |  |
 | |  |
 | |  |
 | Z | |  |
 | |  |
 | |  |