Ieder half jaar wordt de Europese Unie voorgezeten door een van haar lidstaten. Het land dat voorzitter is, leidt de vergaderingen van de Raad van de Europese Unie in Brussel en Luxemburg en organiseert (informele) raden in de lidstaat zelf. Daarnaast is de regeringsleider van dat land voorzitter van de Europese Raad. Het voorzitterschap van de Raad speelt een belangrijke rol bij de sturing van het wetgevend en politieke besluitvormingsproces. Ook de ambtelijke werkgroepen ter voorbereiding op de ministeriële raden worden door het betreffende land voorgezeten.
Daarnaast is de voorzitter de vertegenwoordiger van de Raad bij de andere Europese instellingen, zoals het Europese parlement en de Europese Commissie. De lidstaat die het voorzitterschap bekleedt, treedt verder op als de vertegenwoordiger van de EU op internationaal terrein. Dit wordt gedaan in nauwe samenwerking met de Hoge Vertegenwoordiger van de EU voor het Gemeenschappelijke Buitenland- en Veiligheidsbeleid, Javier Solana, en de Europese Commissie. Tenslotte is de voorzitter de spreekbuis en gezicht van de Europese Unie in internationale organisaties, vergaderingen en fora.
Vanaf 1958 heeft Nederland 10 keer het voorzitterschap bekleed: in de tweede helft van 1960, 1963, 1966, 1969, 1972, 1976, de eerste helft van 1981 en 1986, de tweede helft van 1991 en tenslotte de eerste helft van 1997. De laatste twee Nederlandse voorzitterschappen mondden uit in: -het Verdrag van Maastricht (1992) -het Verdrag van Amsterdam (1997).
Eerdere en toekomstige voorzitters van de EU:
2000 Portugal en Frankrijk 2001 Zweden en België 2002 Spanje en Denemarken 2003 Griekenland en Italië 2004 Ierland en Nederland 2005 Luxemburg en Verenigd Koninkrijk 2006 Oostenrijk en Finland