Spring naar de inhoud
www.EU2004.nl
EnglishFran?ais
De officiële website van het Nederlandse EU-voorzitterschap
HomeSitemapE-mail service
Zoeken
pijl
Uitgebreid zoeken
NieuwsKalenderPersinformatieEUVoorzitterschapBeleidsterreinenNederland
Navigatie
stippellijn
Beleidsterreinen

Landbouw en Visserij
pijl naar rechtsAlle documenten
BeleidsterreinenPrint
Landbouw en Visserij
Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: Cees Veerman

Tijdens het voorzitterschap worden de volgende Raden van Ministers voor dit beleidsterrein gehouden:

19-07-2004 - Brussel - België
05-09-2004 t/m 07-09-2004 - Noordwijk - Nederland
18-10-2004 t/m 19-10-2004 - Luxemburg - Luxemburg
22-11-2004 t/m 23-11-2004 - Brussel - België
21-12-2004 t/m 22-12-2004 - Brussel - België
Klik hier voor het complete kalenderoverzicht

Over Landbouw en Visserij
De Raad Landbouw en Visserij brengt de ministers van Landbouw en Visserij bij elkaar met als doel het gemeenschappelijk beleid van deze twee beleidsterreinen te formuleren, erover te besluiten en deze te implementeren. De landbouwministers vergaderen gemiddeld één keer per maand en bespreken dan onder andere het gemeenschappelijk markt- en prijsbeleid, plattelandsontwikkeling, voedselveiligheid en diergezondheid. De ministers van Visserij bespreken het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
De landbouwpolitiek heeft vele decennia een belangrijke rol gespeeld bij de Europese integratie in het Europa in de periode van de wederopbouw na de tweede wereldoorlog. Landbouwpolitiek was een van de eerste beleidsterreinen waar lidstaten hun soevereiniteit opgaven ten gunste van de Gemeenschap zodat uniforme, of in elk geval geharmoniseerde, regels van toepassing waren op het gemeenschappelijk beleid.

Oorspronkelijke doelstellingen
Bij het totstandkomen van dit Gemeenschappelijke beleid, werd een aantal doelstellingen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid geformuleerd. Een grote politieke zorg was hoe de bevolking van voldoende voedsel kon worden voorzien. De belangrijkste doelstelling was dan ook het vergroten van de productiviteit van de landbouw. Hiervan werden een aantal andere doelstellingen afgeleid, zoals het verzekeren van een redelijke levensstandaard voor de landbouwbevolking, het stabiliseren van de markten, het veiligstellen van de voedselvoorziening en het verzekeren van redelijke prijzen voor de verbruikers.

Het belangrijkste instrument vormden de marktordeningen voor de belangrijke landbouwproducten in de EU. Door deze marktordeningen kregen de producenten een gegarandeerde prijs voor hun producten, die hoger was dan de prijs op de wereldmarkt. Om de producenten tegen de invoer van goedkope concurrerende producten te beschermen, werden invoerheffingen ingesteld. Indien de prijzen in de Gemeenschap beneden een bepaald niveau daalden, kenden de marktordeningen verschillende instrumenten om in te grijpen in de markt en het marktevenwicht te herstellen.

Het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) heeft tegen de achtergrond van deze doelstellingen snel resultaat opgeleverd. Het succes was zelfs zo groot, dat het beleid al snel moest worden aangepast om de productie in een aantal sectoren in de hand te houden. Het werd in de jaren '70 en '80 pijnlijk duidelijk dat het beleid niet was afgestemd op een situatie waarin de EU netto-exporteur werd voor een aantal producten. De beroemde boter-, graan- en rundvleesbergen van de EU, evenals stijgende budgetuitgaven en conflicten met handelspartners (die dezelfde problemen en overschotten hadden) waren daarvan het gevolg. In eerste instantie heeft de EU kwantitatieve beperkingen ingesteld om het aanbod te beperken. Dit heeft bijvoorbeeld in de zuivelsector met succes gewerkt door de invoering van de melkquotering in 1984.

Internationale externe druk - Mac Sharry-hervorming
Vanwege de oplopende handelsconflicten werd de internationale druk om het gemeenschappelijk landbouwbeleid verder te hervormen steeds groter. Het was dan ook niet verwonderlijk dat, mede onder druk van de WTO-onderhandelingen in de Uruguay Ronde, het GLB begin jaren '90 een ingrijpende hervorming onderging. De naam van de Ierse landbouwcommissaris Mac Sharry is er blijvend aan verbonden. In de WTO is afgesproken dat het gebruik van exportrestituties en interne steun moet worden verminderd en dat tevens de invoertarieven moeten worden verlaagd. Met de Mac Sharry-hervorming is gekozen voor een nieuwe aanpak van het GLB om te kunnen voldoen aan de gemaakte afspraken. Deze aanpak is gebaseerd op twee elementen, namelijk het verlagen van de garantieprijzen en compensatie voor deze prijsverlagingen in de vorm van directe inkomenssteun. Belangrijkste doel was de interne EU-prijzen geleidelijk richting het niveau van de wereldmarkt te brengen. Deze Mac Sharry-hervorming is het begin geweest van een voortdurend proces van hervormingen.

Veranderende maatschappij - interne druk
Een nieuwe belangrijke stap in dit proces is het besluit van de Europese Raad in Berlijn over Agenda 2000 in 1999 geweest. Een groot verschil met de Mac Sharry-hervorming is dat Agenda 2000 werd ingegeven door zowel interne als externe factoren. Dit terwijl Mac Sharry toch vooral onder externe druk tot stand kwam. Blijkbaar speelden in de EU ook andere factoren dan de groeiende vraag in de wereld naar landbouwproducten, de verdergaande liberalisering van de wereldhandel en de uitbreiding van de Unie een rol.
In het welvarende Europa van tegenwoordig hebben we te maken met een heel anders denkende burger, dan in de tijd dat het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid werd ontworpen. De welvarende burger van nu hoeft zich niet meer af te vragen of er voldoende voedsel is. Maar hij is daarentegen uitermate kritisch op de wijze waarop dat voedsel is geproduceerd. Bijvoorbeeld met voldoende aandacht voor het milieu, voedselveiligheid, voedselkwaliteit en dierenwelzijn.

Agenda 2000 had tot doel het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid verder aan te passen aan de eisen van de moderne tijd. In Agenda 2000 zijn de klassieke doelstellingen van het GLB opnieuw geformuleerd en uitgebreid. Deze vernieuwde doelstellingen zijn:
1. het vergroten van de marktgerichtheid en het concurrentievermogen van de Europese landbouw;
2. het verbeteren van de veiligheid en kwaliteit van levensmiddelen;
3. zorgen voor een stabilisatie van de inkomens in de landbouw;
4. integratie van bescherming van milieu en natuur in het landbouwbeleid;
5. ontwikkeling van de levensvatbaarheid van de plattelandsgebieden;
6. een vereenvoudiging van het beleid en versterking van de decentralisatie.
Door Agenda 2000 is de in 1992 doorgevoerde hervorming van het marktbeleid verder verdiept en uitgebreid. Ook is plattelandsontwikkeling bevestigd als Tweede pijler van het GLB.

Resultaten hervormingen
In Agenda 2000 is besloten tot het opmaken van een tussenbalans van het GLB. Oftewel, de veelbesproken Mid-Term Review die in juli 2002 werd gepresenteerd. Het doel hiervan was te bekijken in hoeverre de ingezette hervormingen hebben geleid of lijken te leiden tot een realisatie van de doelstellingen, zoals hierboven beschreven.

Het lijdt geen twijfel dat sinds 1992 veel is bereikt in het hervormingsproces. Op de landbouwmarkten in de EU is een beter evenwicht tussen vraag en aanbod ontstaan. De boter-, rundvlees- en graanbergen van de EU behoren toch echt voorgoed tot het verleden. Bovendien is het gebruik van exportrestituties teruggebracht van 10 miljard euro begin jaren '90 tot 3,4 miljard euro in 2002. Als gevolg van deze ontwikkelingen is een stevige basis gelegd voor de uitbreiding en de WTO-onderhandelingen.
Maar daarmee is het hervormingsproces nog niet ten einde. Nog niet alle doelstellingen zijn bereikt. Dit geldt in het bijzonder voor het vermogen van het GLB om te voldoen aan de verwachtingen van de moderne samenleving. De crises van de afgelopen jaren hebben dat nog eens duidelijk gemaakt. Bij het publiek neemt de bezorgdheid toe over de manier waarop het voedsel wordt geproduceerd en de manier waarop de landbouw wordt ondersteund. Deze maatschappelijke zorgen en de nieuwe onderhandelingen in het kader van de WTO zijn de belangrijkste aanleiding voor de nieuwe hervorming van het GLB.

Het nieuwe GLB in hoofdlijnen
In de toekomst wordt het overgrote deel van de subsidies van het GLB los van de omvang van de productie betaald. Om te voorkomen dat productie in bepaalde gebieden verdwijnt, kunnen lidstaten ervoor kiezen om - onder strenge voorwaarden - een beperkte subsidie voor productie te handhaven. Aan deze nieuwe subsidies wordt ook nog de voorwaarde verbonden dat wordt voldaan aan normen op het gebied van het milieu, voedselveiligheid en dierenwelzijn (cross-compliance). De lossere band tussen productie en subsidies maakt dat de landbouwers in de EU meer concurreren en marktgerichter handelen. Tegelijk zorgen de subsidies nog wel voor de nodige inkomensstabiliteit.

Het nieuwe GLB ziet er verder in hoofdlijnen als volgt uit:
-één enkele bedrijfstoeslag die losstaat van de productie; beperkte gekoppelde elementen mogen worden gehandhaafd om te voorkomen dat productie wordt opgegeven,
-de toeslag zal afhankelijk worden gesteld van de naleving van normen op het gebied van het milieu, de voedselveiligheid, de gezondheid van dieren en planten en het dierenwelzijn, en van de eis dat alle landbouwgrond in een uit landbouw- en milieu-oogpunt goede staat wordt gehouden ('randvoorwaarden'),
-vanaf 2005 komt de EU met een krachtiger beleid voor plattelandsontwikkeling met meer EU-geld en nieuwe maatregelen om milieuzorg, kwaliteit en het dierenwelzijn te bevorderen en om de landbouwers te helpen aan EU-normen op productiegebied te voldoen
-een verlaging van de rechtstreekse betalingen ('modulatie') aan grotere landbouwbedrijven om het nieuwe beleid voor plattelandsontwikkeling te kunnen financieren
-een mechanisme voor financiële discipline om ervoor te zorgen dat de voor de periode tot 2013 de vastgestelde landbouwbegroting niet wordt overschreden.


Gemeenschappelijk visserijbeleid
De zeevisserijvloot van de EU is de op drie na grootste ter wereld.  Sinds 1983 is op die vloot het Gemeenschappelijk Visserijbeleid (GVB) van toepassing. Met dit GVB beschikt de Gemeenschap over een wettelijk systeem en een set beheersinstrumenten waarmee de visserijsector kan worden bestuurd. Het visserijbeleid is gebaseerd op vier grondslagen:
-Regelgeving over de toegang tot en de instandhouding en het beheer van de visbestanden;
-Regelgeving over de ordening van de markten voor vis en visproducten;
-Regels voor structurele vraagstukken in de visserij;  en
-Internationale relaties.

In het visserijbeleid ligt veel nadruk op de instandhouding en verbetering van de visbestanden die door de vloten worden geëxploiteerd.  Voor de bescherming en het beheer van de visstanden in de gemeenschapswateren is in het GVB het instrument van vangstbeperkingen geïntroduceerd via het systeem van quota voor de betrokken lidstaten.  Deze worden elk jaar door de Raad vastgesteld voor een grote groep visbestanden waarop commerciële visserij plaats heeft.

Begin 2003 is het GVB aanzienlijk hervormd.  Het nieuwe beleid probeert de ontwikkeling van de visserij te plaatsen binnen een ecosysteembenadering.   Belangrijke nieuwe onderdelen van het beleid vormen de mogelijkheid om naast eenjarige quota nu ook meerjarige beheersregels toe te passen, waarbij ook andere dan maatregelen zoals beperking van de visserij-inspanning mogelijk gemaakt zijn - vooral als het gaat om bestanden die zwaar overbevist zijn.  Verder is een aantal maatregelen genomen om de handhaving en controle van het visserijbeleid te verbeteren en meer te uniformeren tussen de lidstaten.  Ook is er gekozen voor meer betrokkenheid van de stakeholders bij het visserijbeleid.  Tenslotte pakt de hervorming van het GVB de overcapaciteit van de Communautaire vloot aan, door de overheidssteun aan deze industrie aan banden te leggen en gerichter in te zetten.  Steun voor sanering en voor verbetering van de veiligheid aan boord is nog wel toegestaan, maar subsidies voor nieuwbouw of modernisering van schepen zal per 2005 niet meer toegestaan zijn. Parallel hieraan heeft de EU in de Wereldhandelsorganisatie voorgesteld dat de rest van de wereld in het belang van duurzame ontwikkeling dezelfde koers inzake subsidies vaart.

In 2004 wordt verder invulling gegeven aan de algemene beleidslijnen zoals ze in het hervormde GVB zijn opgenomen.  Speciale aandacht zal daarbij uitgaan naar herstelplannen voor bestanden die zwaar overbevist zijn, en verdere invulling van het handhavings- en controlebeleid.


Zie ook:
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit
pijl naar rechtsRaad van de Europese Unie - Landbouw en Visserij
Top
Over eu2004.nlPrivacy
Uitgelicht
stippellijn
pijlAccenten voorzitterschap
pijlFoto's voorzitterschap
pijlUitbreiding EU
pijl'Europe. A beautiful idea?'
pijlEuropese Raad
pijlEen korte terugblik, juli - december 2004
Links
www.eu2005.lu
europaportaal
bestbelangrijk