Over Milieu De raadsformatie Milieu vergadert formeel vier keer per jaar. Daarnaast zijn er ook 2 informele bijeenkomsten. De Raad wordt gevormd door de milieu-ministers van de EU-lidstaten. Voor Nederland wordt de Raad voorgezeten door Staatssecretaris Pieter van Geel van VROM. Bijeenkomsten onder Nederlands Voorzitterschap zijn voorzien voor 16/18 juli 2004 (informeel) en 14 oktober 2004 en 20 december 2004.
In de Europese Akte (in werking getreden in 1987) is milieubeleid expliciet aan de Communautaire werkzaamheden toegevoegd. De Europese Unie streeft in de bewoordingen van artikel 174 EG-Verdrag (zoals gewijzigd bij de Verdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997)) na: - ‘behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu’; - bescherming van de gezondheid van de mens; - behoedzaam en rationeel gebruik van natuurlijke hulpbronnen; - bevorderen op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen.’ na. Later zijn de communautaire doelstellingen op het gebied van milieu uitgebreid met de Verdragen van Maastricht (1992) en Amsterdam (1997).
Begin 2000 presenteerde de Commissie een witboek over milieu-aansprakelijkheid. Uitgangspunt vormt het beginsel ‘de vervuiler betaalt’. Doel is het formuleren van een communautaire regeling over milieuschade. Nationale wetgeving is vaak gebaseerd op de gedachte dat milieu een publiek goed is, waarvoor de samenleving als geheel verantwoordelijkheid moet dragen. Met het witboek wil de Commissie een andere weg inslaan: wie schade heeft veroorzaakt, moet de lasten dragen. Dit is uitgemond in een richtlijnvoorstel in januari 2002 over de milieu-aansprakelijkheid dat zowel op preventie als op herstel van milieuschade is gericht. Dit beginsel is een belangrijk element van het Zesde milieu-actieprogramma Milieu 2010: Onze toekomst, Onze Keuze (2001-2010) waarover de Raad in juni 2001 overeenstemming bereikte.
In de private sector wil de Commissie samenwerken met bedrijven en consumenten om milieuvriendelijke vormen van productie en consumptie te bevorderen. Belangrijke instrumenten zijn wettelijke vormen van milieu-aansprakelijkheid, fiscale maatregelen en meer informatie voor consumenten die milieuvriendelijk gedrag van bedrijven verwachten. Eurocommissaris voor Milieu Wallström spreekt van ‘greening the market’. De Commissie benadrukt, dat goed (milieuvriendelijk) gedrag beloond moet worden.
Verder is in de EU de afgelopen jaren een heel scala aan milieurichtlijnen opgesteld die onder meer grenzen stellen aan de schadelijke uitstoot van personenauto’s, vrachtauto’s, aan de industrie en aan de lozing van afvalwater.
In de energiesector moet vooral worden gewerkt aan een verbetering van het energierendement en het opstellen van strategische programma’s teneinde technologieën te ontwikkelen waarmee het verbruik van brandstoffen met een hoog koolstofgehalte kan worden beperkt. Hierbij moet vooral het gebruik van duurzame energiebronnen worden gestimuleerd. Om de gevolgen voor het milieu van de liberalisering van de elektriciteits- en gasmarkten zo veel mogelijk te beperken, is de Raad overeengekomen dat, waar nodig, nationale en communautaire maatregelen zullen worden genomen.
Op agrarisch gebied wordt gezocht naar een beter evenwicht tussen landbouw, plattelandsontwikkeling en natuurlijke hulpbronnen. Concrete doelstellingen daarbij zijn onder meer de verlaging van het nitraatgehalte van grondwater en de beperking van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De Raad verleende in november 1999 goedkeuring aan een strategie die milieu-eisen in het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid integreert via de hervormingen in het kader van Agenda 2000.
Zie ook:
Website Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu