Spring naar de inhoud
www.EU2004.nl
EnglishFran?ais
De officiële website van het Nederlandse EU-voorzitterschap
HomeSitemapE-mail service
Zoeken
pijl
Uitgebreid zoeken
NieuwsKalenderPersinformatieEUVoorzitterschapBeleidsterreinenNederland
Navigatie
stippellijn
Beleidsterreinen

Onderwijs, Jeugd en Cultuur
pijl naar rechtsAlle documenten
BeleidsterreinenPrint
Onderwijs, Jeugd en Cultuur
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Maria van der Hoeven
Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Medy van der Laan
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport: Clémence Ross

Tijdens het voorzitterschap worden de volgende Raden van Ministers voor dit beleidsterrein gehouden:

12-07-2004 t/m 14-07-2004 - Rotterdam - Nederland
15-11-2004 t/m 16-11-2004 - Brussel - België
Klik hier voor het complete kalenderoverzicht

Over Onderwijs, Jeugd en Cultuur
De Raad Onderwijs, Jeugd en Cultuur (OJC-Raad) bestaat uit de ministers van de 25 lidstaten van de Europese Unie (EU) met deze beleidsterreinen in portefeuille. Deze Raad vergadert formeel 3 keer per jaar, maar naast de formele zijn ook informele vergaderingen mogelijk.

De EU en daarmee ook de Raad richten zich op het tot ontwikkeling brengen van de Europese dimensie in het onderwijs. Op het gebied van de Jeugd wordt gestreefd naar de ontwikkeling van echt jeugdbeleid en naar meer aandacht voor de jongerendimensie in de sectorale beleidsmaatregelen. Op het terrein van cultuur gaat het om het stimuleren van de ontplooiing van de culturen van de diverse lidstaten en tegelijkertijd het benadrukken van het gemeenschappelijk cultureel erfgoed.

Onderwijs
De bevordering van de ontwikkeling van een Europese dimensie in het onderwijs is één van de belangrijkste taken van de OJC-Raad. Tegen de achtergrond dat onderwijs in Europa in de eerste plaats als een nationale aangelegenheid wordt beschouwd wordt daarbij met name gekeken naar beleidsterreinen waarop Europese meerwaarde behaald kan worden.

Een belangrijk initiatief voor het onderwijs in Europa is het 'gedetailleerd werkprogramma inzake de doelstellingen voor de onderwijs- en opleidingsstelsels in Europa'. Dit 'doelstellingenrapport' beoogt de bijdrage van de Europese onderwijsstelsels aan de centrale Lissabon-doelstelling voor 2010 (de beste kenniseconomie ter wereld worden) te vergroten.

De Europese Raad van Barcelona (2002) heeft met het aannemen van dit werkprogramma de 'methode van open beleidscoördinatie' definitief van toepassing verklaard op het onderwijs in Europa. De drie hoofddoelstellingen zijn:
1) het bereiken van hogere kwaliteit en grotere effectiviteit van de onderwijs- en opleidingsstelsels in de Europese Unie;
2) het bewerkstelligen van grotere toegankelijkheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels voor iedereen;
3) de wereld in de onderwijs- en opleidingsstelsels binnenhalen.

De Europese ministers van onderwijs hebben deze doelstellingen in 2003 nader gekwantificeerd door een vijftal benchmarks aan te nemen op over onder meer de volgende gebieden: het vergroten van het aantal afgestudeerden in bèta en techniek, het terugdringen van voortijdig schoolverlaten en leven lang leren.

In Europees verband wordt een aantal stimuleringsprogramma’s op het terrein van onderwijs ingezet om Europese meerwaarde uit onderwijssamenwerking te vergroten. Deze programma’s richten zich onder meer op mobiliteit van studenten, samenwerking tussen onderwijsinstellingen, informatie-uitwisseling en de ontwikkeling van uitwisselingsprogramma’s voor leerlingen, studenten en docenten en het stimuleren van de ontwikkeling van afstandsonderwijs.

Het programma op het terrein van hoger onderwijs heet Erasmus, dat op het terrein van beroepsopleiding Leonardo da Vinci. Het budget voor de onderwijsprogramma’s bedraagt voor de periode 2000-2006 ruim 3,5 miljard euro.
Voor de onderwijskundige samenwerking met Derde landen (niet EER) bestaat bovendien het Tempusprogramma, gericht op de ontwikkeling van hoger onderwijsstelsels in voornamelijk de voormalige kandidaat-lidstaten van de EU.

Daarnaast zet het in 2003 aangenomen Erasmus Mundus programma in op versterking van de internationale banden in het hoger onderwijs door studenten uit de hele wereld de mogelijkheid te bieden aan geselecteerde Europese universiteiten aan het masterprogramma deel te nemen en door de mobiliteit van Europese studenten te stimuleren.

Voor de periode vanaf 2007 wordt een nieuw actieprogramma gemaakt, hierin zullen alle programmalijnen, inclusief een Tempusprogramma voor samenwerking met derde landen, worden geïntegreerd in één programma voor Levenslang leren. De onderhandelingen in de Raad over dit nieuwe programma zullen tijdens het Nederlands voorzitterschap worden voortgezet.

Jeugd
In 1988 lanceerde de EU het programma ‘Jeugd voor Europa’ ter ondersteuning van de uitwisselingen tussen jongeren. Enkele jaren later, in 1996, stelde de Commissie een communautair actieprogramma voor inzake een Europese Vrijwilligersdienst voor jongeren. Beide programma's werden opgenomen in het programma "JEUGD" dat de periode 2000-2006 dekt. Dit programma streeft er tevens naar een dialoog tussen de lidstaten tot stand te brengen bij de ontwikkeling van een echt jeugdbeleid.

Na een brede raadpleging op nationaal en Europees niveau is het zogenaamde Witboek over de Jeugd tot stand gekomen. In een uitgebreid Europa met 75 miljoen jongeren tussen 15 en 25 jaar, wil het Witboek reageren op de afwijzing door veel jongeren van traditionele vormen van deelname aan het openbare leven en roept het op tot een actieve betrokkenheid van de Europese jongeren.
Actief burgerschap is enkel mogelijk binnen een institutioneel kader dat aandacht schenkt aan de behoeften van jongeren, dat in staat is aan hun verwachtingen tegemoet te komen en hen de middelen verschaft om hun ideeën te uiten en zich beter in onze maatschappijen te engageren. Om de lidstaten en de regio's van Europa te helpen bij het uitvoeren van acties voor de Europese jeugd, stelt het Witboek een vernieuwd samenwerkingskader voor. Dit kader bestaat uit twee delen: de versterking van de samenwerking tussen de lidstaten en meer aandacht voor de jongerendimensie in de sectorale beleidsmaatregelen.

Na de opname van de verklaring over het sociale belang van de sport in het Verdrag van Amsterdam in 1997 heeft de EU een actieve rol ontwikkeld op het gebied van de sport. Zo wordt door de EU meer steun verleend aan projecten inzake de integratie van jongeren via sportactiviteiten, de strijd tegen doping in de sport en een informatiecampagne voor scholen betreffende de ethische waarden van sport. De Europese Unie heeft 2004 uitgeroepen tot ‘Europees Jaar van Opvoeding door Sport’. De unie wil zo de educatieve rol van sport en de Europese dimensie hierin promoten.

Cultuur en audiovisueel beleid
Het Verdrag van Maastricht legde in 1992 vast dat de Europese Unie de ontplooiing van de culturen van de diverse lidstaten zal stimuleren en tegelijkertijd het gemeenschappelijk cultureel erfgoed zal benadrukken. Het Verdrag voorziet in aanmoedigingsacties, maar sluit elke vorm van harmonisatie uit. Verder dient  de Gemeenschap bij haar optreden uit hoofde van andere bepalingen van dit Verdrag rekening te houden met de culturele aspecten, met name om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen.  Voor het audiovisueel terrein is in het bijzonder het bij het Verdrag horende protocol over de positie van de publieke omroep van belang.

Tegen deze achtergrond houdt  de OJC-Raad zich in het bijzonder bezig  met de natuurlijke spanning die bestaat tussen culturele belangen enerzijds en het belang van de realisering en instandhouding en werking van één Europese Interne markt. Voor de culturele en zeer zeker voor de audiovisuele sector (film en tv) geldt immers dat deze deels een marktsector is. En waar dit het geval is werkt Europees recht en beleid direct door op het nationale beleid. Dit verklaart waarom een afweging van culturele en economische belangen de rode draad vormt in de agenda van de Raad.

Het harmonisatieverbod voor cultuur verklaart waarom er relatief weinig wetgeving is op dit terrein. Bestaande Europese wetgeving van Raad (en Europees Parlement) vindt zijn grondslag in het functioneren van de interne markt. De richtlijn Televisie zonder grenzen geeft het kader voor vrij verkeer van omroepuitzendingen binnen de EU. Europese wetgeving over cultuurgoederen regelt hoe lidstaten hun eigen cultureel erfgoed kunnen beschermen.

Naast de wetgeving heeft de Raad als medewetgever een tweetal stimuleringsprogramma’s tot stand gebracht:
Het stimuleringsprogramma voor Cultuur (Cultuur 2000). Vanuit dit programma wordt subsidie verstrekt voor bijvoorbeeld de Europese Culturele hoofdstad en projecten die een stimulans geven aan de organisatie van culturele evenementen, de bevordering van het lezen van boeken, en de instandhouding van het culturele erfgoed.
De programma’s Media Plus en Media Training stimuleren de  audiovisuele opleiding, de ontwikkeling en productie en de distributie van het Europese audiovisuele product.


Zie ook:
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
pijl naar rechtsRaad van de Europese Unie - Onderwijs, Jeugdzaken en Cultuur
Top
Over eu2004.nlPrivacy
Uitgelicht
stippellijn
pijlAccenten voorzitterschap
pijlFoto's voorzitterschap
pijlUitbreiding EU
pijl'Europe. A beautiful idea?'
pijlEuropese Raad
pijlEen korte terugblik, juli - december 2004
Links
www.eu2005.lu
europaportaal
bestbelangrijk