Over Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Volksgezondheid en Consumentenzaken Deze raadsformatie brengt de ministers van werkgelegenheid, sociale zaken, volksgezondheid en consumentenbeleid bij elkaar. Op dit moment staat de realisatie van duurzame werkgelegenheid en de gelijkheid tussen mannen en vrouwen centraal. Andere thema’s die in deze Raad besproken worden zijn de Lissabon-strategie, consumentenbescherming en gezondheid. Werkgelegenheid Het verdrag van Rome (1958) bevatte nog weinig artikelen over sociaal beleid. De bepalingen die er waren hadden voornamelijk betrekking op de uitvoering van het vrije verkeer van werknemers en de vrijheid van vestiging in het kader van de gemeenschappelijke markt. Door de Europese Akte is het sociaal beleid meer onder de aandacht gekomen. Met het Verdrag van Amsterdam is het bevorderen van een hoog werkgelegenheidsniveau als één van de hoofddoelstellingen aangenomen.
De Europese Raad van Keulen (juni 1999) nam op voorstel van de Raad het Europees Werkgelegenheidspact aan. De volgende punten zijn in dit pact opgenomen: -Verbetering van interactie tussen fiscaal, loon- en monetair beleid; -Voortzetting en doeltreffender uitvoering van de gecoördineerde werkgelegenheidsstrategie; -Voorzetting en versterking van de structurele hervormingen ter vergroting van het concurrentievermogen en het functioneren van de markten voor goederen, diensten en kapitaal.
Sociaal beleid Tijdens de top van Straatsburg (december 1989) werd het ‘Gemeenschapshandvest van Sociale Grondrechten’ aangenomen als richtsnoer om in de toekomst beter rekening te houden met de sociale dimensie in de ontwikkeling van de Gemeenschap. De bepalingen van het Sociaal Handvest zijn in het Verdrag van Amsterdam opgenomen. De Top van Nice (2000) lanceerde een Europese Sociale Agenda, met als doel de modernisering van het bestaande Europese sociale model. In dit gemoderniseerde model werd afgesproken dat de fundamentele rechten van de mens in alle toekomstige verdragen worden opgenomen. De belangrijkste doelstellingen op sociaal beleid zijn: -Een verhoging van de arbeidsparticipatie tot 70% in 2010; -Een leven lang leren; -Het versterken van de rol van de sociale partners; -Bestrijding van arbeidstekorten; -De uitroeiing van armoede en analfabetisme; -Meer investeren in menselijk potentieel; -Bestrijding van discriminatie en de uitwerking van een gelijke kansenbeleid.
Gezondheid Alhoewel het met de gezondheidstoestand van de Europeanen over het algemeen goed is gesteld, is het nog steeds zo dat éénvijfde van de mensen voor het 65ste levensjaar overlijdt. De belangrijkste oorzaken van voortijdige sterfte zijn: hartziekten, beroertes, kanker en ongelukken. De laatste jaren heeft de EU ook te maken gehad met nieuwe gevaren voor de volksgezondheid zoals BSE en Sars.
Het Verdrag van Maastricht heeft een impuls gegeven aan gemeenschappelijke actie op het gebied van de volksgezondheid met de introductie van een artikel dat speciaal over volksgezondheid gaat. Volgens artikel 152 van dit verdrag moet bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en ieder optreden van de Gemeenschap een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid verzekerd worden. Het belang van een goede volksgezondheid is bij het verdrag van Amsterdam volledig onderschreven en lidstaten worden aangemoedigd om extra maatregelen te nemen om alle mogelijke risico’s voor de volksgezondheid in te dammen.
De belangrijkste doelstellingen van de EU op het gebied van de volksgezondheid zijn: -Het promoten van een gezonde levensstijl; -Preventie van levensbedreigende ziekten zoals aids en kanker; -Verbeteren van de volksgezondheid bij ziekten die een relatie hebben met infecties, ongelukken, doping en zeldzame ziektes; -Monitoren en analyseren van de verbeteringen in de gezondheidszorg in de EU-lidstaten; -Garanderen van economische ondersteuning en de kwaliteit van gezondheidszorg voor ouderen; -Verbeteren van de informatievoorziening.
Consumentenbescherming Het Europees consumentenbeleid ontstond in de jaren ’70. Op de top van Parijs in 1972 maakten de staatshoofden en regeringsleiders voor de eerste maal hun politieke belangstelling voor dit gebied kenbaar. Kort na deze top formuleerde de Commissie vijf fundamentele rechten voor consumentenbeleid: -Het recht op bescherming van de gezondheid en veiligheid; -Het recht op bescherming van de economische belangen; -Het recht op schadeloosstelling; -Het recht op informatie en educatie; -Het recht op vertegenwoordiging.
In de Europese Akte van 1986 werd het begrip ‘consumenten’ voor het eerst geïntroduceerd in een verdrag. Vervolgens werden bij de totstandkoming van de Interne markt op 1 januari 1993 meer maatregelen genomen op het gebied van consumentenbeleid. Bij het verdrag van Maastricht werd de bescherming van consumenten in het communautair beleid opgenomen. De algemene doelstelling hiervan is dat de Gemeenschap moet bijdragen aan de versterking van de bescherming van de consument. Ook het verdrag van Amsterdam gaf een nieuwe impuls aan het consumentenbeleid. De bescherming van de gezondheid, de veiligheid van economische belangen van de consument en de bevordering van hun recht op informatie, voorlichting en vereniging ter verdediging van de belangen zijn volgens dit verdrag de fundamentele doelstellingen van het beleid. Bovendien moet bij de vaststelling en toepassing van overige Communautaire beleidslijnen ook rekening gehouden worden met de belangen van consumenten.