Spring naar de inhoud
www.EU2004.nl
EnglishFran?ais
De officiële website van het Nederlandse EU-voorzitterschap
HomeSitemapE-mail service
Zoeken
pijl
Uitgebreid zoeken
NieuwsKalenderPersinformatieEUVoorzitterschapBeleidsterreinenNederland
Navigatie
stippellijn
Beleidsterreinen

Concurrentiebeleid
pijl naar rechtsAlle documenten
BeleidsterreinenPrint
Concurrentiebeleid
Minister van Economische Zaken: Laurens Jan Brinkhorst
Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap: Maria van der Hoeven
Staatssecretaris van Economische Zaken: Karien van Gennip

Tijdens het voorzitterschap worden de volgende Raden van Ministers voor dit beleidsterrein gehouden:

01-07-2004 t/m 03-07-2004 - Maastricht - Nederland
24-09-2004 - Brussel - België
25-11-2004 t/m 26-11-2004 - Brussel - België
Klik hier voor het complete kalenderoverzicht

Over Concurrentiebeleid
De raadsformatie Concurrentievermogen vergadert 4 tot 10 keer per jaar, afhankelijk van de urgentie van de te behandelen onderwerpen (Interne markt, toerisme, industrie en onderzoek). De Raad bestaat uit de ministers van de betreffende ministeries.

Onderzoek
Gezien de groeiende technologische kloof met de Amerikaanse en Japanse concurrentie is een grote inspanning op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van levensbelang voor de internationale concurrentiepositie van EU-bedrijven. In het Verdrag van Maastricht (1992) is de doelstelling opgenomen van versterking van de wetenschappelijke en technologische basis van de Europese industrie.

In januari 2000 ontvouwde de Commissie haar strategie voor de ‘totstandbrenging van een Europese ruimte van onderzoek en innovatie’. Kernpunten zijn het wegnemen van belemmeringen veroorzaakt door nationale grenzen, het bevorderen van het gebruik in de praktijk van onderzoeksresultaten en het vergemakkelijken van de toegang tot risicokapitaal. Voortbouwend op deze strategie heeft de Europese Raad van Lissabon (maart 2000) prioriteiten op dit vlak gesteld: Communautaire bescherming van uitvindingen door ontwikkeling van een gemeenschapsoctrooi, koppeling van netwerken van nationale onderzoeksprogramma’s, bevordering van mobiliteit van onderzoekers binnen de EU en maatregelen ter ondersteuning van startende ondernemingen.

Voor het zesde kaderprogramma (2002-2006) heeft de Commissie een budget van 17,5 miljard euro voorgesteld. Wetenschappelijk onderzoek zou zich in die periode moeten concentreren op de volgende onderwerpen:
-biotechnologie voor volksgezondheid;
-technologieën voor de informatiemaatschappij;
-nanotechnologieën, intelligente materialen, nieuwe productieprocessen;
-lucht- en ruimtevaart;
-voedselveiligheid en gezondheidrisico’s;
-duurzame ontwikkeling en verandering in het aardsysteem;
-burgers en bestuur in de Europese kennismaatschappij.

Speerpunten zijn verder een betere netwerkvorming tussen nationale onderzoekprogramma’s in de lidstaten en het in kaart brengen van topkwaliteit in Europa op het gebied van wetenschap en innovatie.


Interne markt
De interne markt is de grootste verworvenheid van de Europese integratie. In artikel 14 van het EG-Verdrag is de interne markt omschreven als een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrij verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd.

Op 31 december 1992 kon de interne markt als ruimte zonder binnengrenzen voor goederen en diensten volgens plan worden voltooid. Wat betreft het vrij verkeer van personen was de interne markt op 1 januari 1993 nog niet voltooid. Op dit gebied is met het Verdrag van Amsterdam vooruitgang geboekt, waarin het Akkoord van Schengen is opgenomen. Groot-Brittannië en Ierland staan buiten de samenwerking op dit gebied. Denemarken mag bij elke uitbreiding van het Schengen-acquis (binnen zes maanden) beslissen of het daar wel of niet aan mee doet.

Voor de verdere ontwikkeling van de interne markt tot 2005 presenteerde de Commissie in november 1999 een strategie met als kernpunten: verbetering van de leefomstandigheden van burgers, verhoging van de efficiëntie van Europese kapitaal- en productmarkten en verbetering van het ondernemingsklimaat in de EU. De strategie werd door de Europese Raad van Helsinki (december 1999) goedgekeurd.

Het vrij verkeer van goederen kan ook belemmerd worden door acties van andere actoren dan staten. Een voorbeeld is het blokkeren van wegen door vrachtwagenchauffeurs in Frankrijk. Binnen de Raad bestaat politieke overeenstemming over de verplichting van lidstaten om doeltreffend op te treden tegen verstoringen van het vrij verkeer van goederen. Hierbij moeten de lidstaten wel grondrechten, zoals het recht op staking, respecteren.

Industriebeleid
In 1990 zijn de beginselen van het Europese industriebeleid goedgekeurd. Deze beginselen berusten op vier Pijlers, die de Commissie nog altijd hanteert voor de omzetting van het beleid in concrete acties:
1) bevordering van immateriële investeringen,
2) ontwikkeling van de industriële samenwerking,
3) de zorg voor eerlijke concurrentie en
4) de modernisering van het industriebeleid van de overheden.

Bevordering van niet-materiële investeringen houdt in het bevorderen van de ontwikkeling van kennis, van menselijk potentieel en van de kwaliteit van producten en diensten, het aanmoedigen van vernieuwingen om de acceptatie van marktontwikkelingen te verhogen en van de aanpassing van organisaties en structuren. Van essentieel belang worden hierbij geacht de vaardigheden en het aanpassingsvermogen van arbeidskrachten, een efficiënte markt voor risicokapitaal, een goed klimaat voor startende ondernemingen, innovatie en een adequate juridische en fysieke infrastructuur.

De samenwerking tussen het bedrijfsleven in de verschillende lidstaten, met name bij het midden- en kleinbedrijf, wordt door de Commissie bevorderd. Al in 1999 stelde de Commissie dat Europese ondernemingen betrekkelijk weinig allianties aangaan op het gebied van geavanceerde technologie en dat kapitaalfondsen te weinig in technologisch hoogwaardige initiatieven investeren.

De zorg voor eerlijke concurrentie heeft niet alleen zijn effect op het niveau van de lidstaten en de Unie als geheel. Van belang is ook de zorg voor eerlijke concurrentie op mondiaal niveau. Een optimaal gebruik van het instrumentarium van bijvoorbeeld de WTO en de OESO is dan ook belangrijk. Eerlijke concurrentie op de wereldmarkt is bijvoorbeeld van levensbelang voor de Europese ijzer- en staalindustrie. Ook de samenwerking met (groepen van) Derde landen moet verder ontwikkeld worden, zoals die met Midden- en Oost-Europa en de landen in het Middellandse-Zeegebied.

De modernisering van de rol van de overheden houdt vooral de modernisering in van oude bestuurlijke en managementpraktijken die niet zijn afgestemd op de huidige economische ontwikkelingen. Overheden moeten proberen doelmatiger te werken om het industriële klimaat aantrekkelijker te maken en de ontwikkeling van bijvoorbeeld gezondheidszorg, onderwijs en communicatie te bevorderen. Overigens dienen ook ondernemingen sneller en flexibeler in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Zowel de publieke als de private sector lijden onder de gevolgen van een lange periode van protectionisme, toen adequaat reageren op signalen uit de markt minder noodzakelijk was.


Zie ook:
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Economische Zaken
pijl naar rechtsRaad van de Europese Unie - Concurrentievermogen
Top
Over eu2004.nlPrivacy
Uitgelicht
stippellijn
pijlAccenten voorzitterschap
pijlFoto's voorzitterschap
pijlUitbreiding EU
pijl'Europe. A beautiful idea?'
pijlEuropese Raad
pijlEen korte terugblik, juli - december 2004
Links
www.eu2005.lu
europaportaal
bestbelangrijk