Spring naar de inhoud
www.EU2004.nl
EnglishFran?ais
De officiële website van het Nederlandse EU-voorzitterschap
HomeSitemapE-mail service
Zoeken
pijl
Uitgebreid zoeken
NieuwsKalenderPersinformatieEUVoorzitterschapBeleidsterreinenNederland
Navigatie
stippellijn
Beleidsterreinen

Vervoer, Telecommunicatie en Energie
pijl naar rechtsAlle documenten
BeleidsterreinenPrint
Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Minister van Verkeer en Waterstaat: Karla Peijs
Minister van Economische Zaken: Laurens Jan Brinkhorst
Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat: Melanie Schultz van Haegen

Tijdens het voorzitterschap worden de volgende Raden van Ministers voor dit beleidsterrein gehouden:

09-07-2004 t/m 10-07-2004 - Amsterdam - Nederland
07-10-2004 - 08-10-2004 - Luxemburg - Luxemburg
19-11-2004 t/m 20-11-2004 - Rotterdam - Nederland
29-11-2004 - Brussel - België
09-12-2004 t/m 10-12-2004 - Brussel - België
Klik hier voor het complete kalenderoverzicht

Over Vervoer, Telecommunicatie en Energie
De raadsformatie Vervoer, Telecommunicatie en Energie vergadert zes tot acht keer per jaar. Ook informele bijeenkomsten zijn mogelijk.

Vervoersbeleid
In de EU neemt de vervoerssector met 7 procent van het BNP, 7 procent van de werkgelegenheid, 40 procent van de door de lidstaten gedane investeringen en 30 procent van het energieverbruik een belangrijke plaats in. De vraag naar vervoer is de laatste twintig jaar binnen de Gemeenschap vrijwel ononderbroken toegenomen (jaarlijks met 3 procent voor goederen en 2 procent voor personen). Een gemeenschappelijk vervoersbeleid was een van de verplichtingen die in het EEG-Verdrag waren opgenomen. Het moest echter tot een rechtszaak voor het Hof komen (1985), voordat de Raad ook daadwerkelijk maatregelen nam om tot vrij verkeer van diensten in deze sector te komen. Aan de liberalisering van deze sector wordt vanaf 1988 gewerkt.

De hierboven genoemde doelstellingen voor de vervoerssector werden door de Commissie aangevuld in een mededeling van december 1998 met: het bevorderen van de werking van de Interne markt, de aanleg van transeuropese netwerken en de aansluiting van de infrastructuur van kandidaat-lidstaten op de vervoerssystemen binnen de Gemeenschap. Voor transeuropese netwerken wil de Commissie publiek -private samenwerking aanmoedigen.

In september 2001 presenteerde de Commissie het Witboek ‘Het Europees vervoersbeleid tot het jaar 2010; tijd om te kiezen’. Hierin stelt de Commissie zestig maatregelen voor die de ontwikkeling van het vervoer moeten stimuleren, maar die ook de efficiëntie, kwaliteit en veiligheid moeten garanderen. Speciale aandacht van de Commissie gaat uit naar het bevorderen van andere modaliteiten dan wegvervoer zoals bijvoorbeeld kustvaart (short sea shipping), binnenvaart en spoor. Ook zal er vaart gezet worden achter het Galileo-project, een wereldomvattend satellietnavigatiesysteem dat voor de 21ste eeuw de industriële standaard moet worden.

Telecommunicatie
Per 1 januari 1998 is de telecommunicatiemarkt volledig geliberaliseerd. Op langere termijn streeft de EU naar een pan-Europees elektronisch netwerk voor een snelle uitwisseling van beeld, geluid en gegevens tussen overheden, bedrijven en burgers.

In februari 1997 ondertekenden 68 landen het WTO-telecom-akkoord, dat telefoneren goedkoper moet maken. Het akkoord dat in 1998 is ingegaan, bevat onder andere de volgende punten: 
- de VS, Japan en de EU staan vanaf 1998 volledig open voor binnen- en buitenlandse concurrentie; 
- er geldt een overgangstermijn voor Spanje (tot december 1998), Ierland (tot 2000), Portugal en Griekenland (beide tot 2005); 
- voor de Midden- en Oost-Europese landen gelden verschillende overgangstermijnen, van 2000 (Tsjechië) tot 2005 (Bulgarije).
Diensten die onder het akkoord vallen, zijn: internationale en nationale telefoondiensten, fax- en datatransmissie, satellietcommunicatie, mobiele telefonie en oproepdiensten.

In juli 2000 kwam de Commissie met voorstellen voor hervorming van bestaande wetgeving inzake telecommunicatie. In februari 2002 is een pakket richtlijnen aangenomen, wat vooral positief is voor de consument. Die betaalt minder, krijgt meer kwaliteit en waar voor zijn geld. De richtlijnen geven regels voor de universele beschikbaarheid van telecomdiensten, de verlening van vergunningen en de toegang voor telecomondernemingen tot het bestaande fysieke communicatienetwerk om direct en ongehinderd contact te kunnen onderhouden met hun cliënten.

Energiebeleid
Het nationale energiebeleid van de lidstaten vertoont onderling grote verschillen. Zo leunen Frankrijk en Finland op kernenergie, is Italië bijna geheel afhankelijk van invoer, voert Nederland een aanzienlijke hoeveelheid aardgas uit en heeft Denemarken een sterk ontwikkelde windenergiebranche. Ondanks deze inhoudelijke verschillen, is men zich bewust van het feit dat energie een sterk gemeenschappelijk belang kent: het is van pivotaal belang voor onze huidige moderne maatschappijen. Zonder energie komt onze samenleving en onze economie - vaak letterlijk - tot stilstand. Gelijk water voor de mens, is het beschikken over een voldoende mate van energie derhalve een voorwaarde voor het functioneren van de huidige maatschappij. Om een voldoende, duurzame en continue stroom energie te garanderen, wordt in EU-kader aandacht besteed aan de vele facetten van het creëren van zo een energievoorziening.

Als onderdeel van de interne markt heeft de EU een vrije energiemarkt tot stand weten te brengen. Per 1 juli 2004 is de liberalisering van de energiemarkt voor zakelijke gebruikers een feit. In 2007 volgt een volledige liberalisering. Het pakket van richtlijnen ter voorbereiding van deze liberalisering, zoals de herziene richtlijnen elektriciteit en gas en de richtlijn energiebelasting, is inmiddels aangenomen. Uitgangspunt bij deze liberalisering is wel dat concurrentie grenzen vindt, daar waar de zekerheid van energievoorziening in gevaar komt. Voorzieningszekerheid is en blijft dan ook een belangrijk thema in Europa, zeker in een geliberaliseerde energiemarkt.

De Commissie heeft in september 2002 een pakket aan mededelingen, richtlijnen en beschikkingen aangenomen en het beleid op het terrein van de voorzieningszekerheid blijft groeien. Zo is daar het in december 2003 voorgestelde pakket gericht op de voorzieningszekerheid van elektriciteit en versterking van de energieinfrastructuur. Dit pakket bestaat uit:
- Een voorstel van de Commissie over voorwaarden voor toegang tot gastransmissie netwerken. Hierover heeft de Raad in juni 2004 een akkoord bereikt.
- Een beschikking tot het opstellen van richtsnoeren voor Trans-Europese Netwerken (TEN) in de energiesector en aanpassing van de bestaande richtlijn voor TEN’s vanwege de toetreding van de nieuwe lidstaten tot de EU. De Raad van juni 2004 bereikte overeenstemming over een algemene benadering van het TEN besluit.
Een voorstel voor een richtlijn inzake waarborging van de continuïteit van de elektriciteitvoorziening en infrastructuurinvesteringen. Doel van de richtlijn is onder meer lidstaten te verplichten om taken van elektriciteitsleveranciers en netwerkbeheerders in het licht van de voorzieningszekerheid te definiëren. Voorts dienen bestaande Europese afspraken op het gebied van netwerken nagekomen te worden. Het Nl voorzitterschap heeft het als prioriteit aangemerkt om over deze richtlijn een politiek akkoord te bereiken in de VTE-Raad van 29 November 2004.

Voorzienings- en leveringszekerheid kan ook worden vergroot door het stimuleren van innovatie, met name ook door ervaringen en mogelijkheden in de netwerksectoren vervoer, telecom en energie te vergelijken. Europees gezien is er dan ook veel aandacht voor dit onderwerp. Concreet zal  Nederland tijdens het  voorzitterschap een informele ministeriele bijeenkomst van de Raad VTE over innovatie in de netwerksectoren  organiseren (19-20 november, Rotterdam).

In haar Groenboek “op weg naar een strategie voor een continue energievoorziening” van november 2000, wees de Commissie op het belang van energiebesparing. Uit het oogpunt van de afhankelijkheid van de EU van externe energiebronnen en de problemen van klimaatsverandering, blijft energiebesparing van groot belang. Belangrijke  afspraken in dit kader zijn: 
- Het politiek akkoord dat de Raad in juni 2004 bereikte over een kaderrichtlijn inzake ecologisch verantwoorde energieverbruikende producten (ECO-design) waarmee een goede stap is gezet in de richting van een meer milieuvriendelijke en energiebesparende productencyclus. Doel van de richtlijn is er voor te zorgen dat milieuoverwegingen al zo vroeg mogelijk bij de productontwikkeling worden meegewogen. Nederland hoopt deze richtlijn tijdens haar voorzitterschap in samenspraak met het Europees Parlement tot een definitief akkoord te kunnen leiden.
- Het voorstel, dat de Commissie in december 2003 presenteerde, voor een richtlijn voor energieefficiëntie bij eindgebruikers en energiediensten. Doel van deze richtlijn is verhoging van energieefficiëntie bij eindverbruikers door bevordering van de marktwerking voor energiediensten en de totstandkoming van energieefficiëntie maatregelen in het algemeen (besparingsdoelstellingen, toestaan van fondsenvorming voor subsidiëring van programma’s en maatregelen voor energieefficiëntie). Nederland wenst in de VTE-Raad van 29 November een politiek debat te voeren over de hoofdlijnen van deze belangrijke ontwerp-richtlijn.

Daarnaast plaatst het Nederlands Voorzitterschap de bevordering van duurzame energie prominent op de agenda. De Europese Commissie heeft in juni 2004 een mededeling over hernieuwbare energie uitgebracht. Hierin is een analyse opgenomen inzake de vraag of de EU op schema ligt voor wat betreft de stevige doelstellingen voor duurzame energie in 2010 die zij zelf in 2001 heeft geformuleerd. Het Nederlands Voorzitterschap wil in de Energieraad van 29 november Raadsconclusies doen aannemen over de inhoud van deze mededeling. De Raad moet bespreken  of  extra maatregelen nodig zijn  bij het behalen van deze doelstellingen. De Commissie  heeft voorstellen op tafel gelegd voor een internationaal actieplan voor biomassa en voor verdere R&D-stimulering. Daarnaast zal er tijdens de aankomende voorzitterschappen ruimschoots aandacht zijn voor de mogelijkheden voor meer structurele ontwikkeling, samenwerking en informatie-uitwisseling op het gebied van duurzame energie in de EU. Nederland zal bijzondere aandacht besteden aan Windenergie op zee (high level Workshop 30 september- 1 oktober in Egmond) en aan biofuels (High Level Conference on Energy in motion, 19/20 oktober, Amsterdam).

De Raad heeft, in  het kader van de discussie over voorzieningszekerheid, in december 2003 conclusies aangenomen over de samenwerking met de ons omringende landen op het gebied van energie, energietransport en energiemarkt Aandachtsgebieden hierbij zijn een intensivering van de samenwerking met de aan de EU grenzende buurlanden op het terrein van energieinfrastructuur en energiebeleid, de Euro-mediterrane samenwerking, een beleid richting Zuid-Oost Europa om de interne energiemarkt tot deze regio uit te breiden en de EU-Rusland Dialoog. Het Nederlands Voorzitterschap zal bijzondere aandacht besteden aan de EU-Rusland Energiedialoog. In november 2004 vindt de EU - Rusland Top plaats en vanwege het strategische belang voor de voorzieningszekerheid, zal geprobeerd worden om deze energiedialoog een nieuwe impuls aan te geven. Centrale thema’s zijn daarbij voorzieningszekerheid gas, lange termijn contracten, interconnectie en integratie van de Russische energiemarkt in de Europese.


Zie ook:
pijl naar rechtsWebsite Ministerie Verkeer en Waterstaat
pijl naar rechtsWebsite Ministerie van Economische Zaken
pijl naar rechtsRaad van de Europese Unie - Vervoer, Telecommunicatie en Energie
pijl naar rechtsBinnenvaartcongres: The Power of Inland Navigation
Top
Over eu2004.nlPrivacy
Uitgelicht
stippellijn
pijlAccenten voorzitterschap
pijlFoto's voorzitterschap
pijlUitbreiding EU
pijl'Europe. A beautiful idea?'
pijlEuropese Raad
pijlEen korte terugblik, juli - december 2004
Links
www.eu2005.lu
europaportaal
bestbelangrijk