U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › Mensenrechten › Nederlands mensenrechtenbeleid › Tien mensenrechten › Vrijheid van meningsuiting Huidig dossier: Nederlands mensenrechtenbeleid
Nederland hecht veel waarde aan de vrijheid van meningsuiting. Wat is de rol van de media daarbij en in hoeverre speelt de vrijheid van menigsuiting een rol in de versterking van andere mensenrechten? Op deze pagina vindt u antwoord op deze vragen.
Vrijheid van meningsuiting is verankerd in veel internationale rechtsdocumenten, waaronder de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR). Vrijheid van meningsuting is een essentieel recht voor politieke, sociale en economische ontwikkeling. Bovendien kan de vrijheid van meningsuiting als een katalysator voor de verwezenlijking van respect voor andere vrijheden werken.Nederland speelt daarom een actieve rol in het wereldwijd bevorderen van vrijheid van meningsuiting en mediadiversiteit.
Vrijheid van meningsuiting wordt onder meer bevorderd door een open informatiebeleid in de publieke sector. Voor bevordering van alle mensenrechten en daarmee veiligheid en ontwikkeling is het essentieel dat iedereen vrijuit kan spreken en schrijven. Overheden mogen dan ook slechts in zeer beperkte mate grenzen aan de vrije meningsuiting stellen. Grenzen die gesteld worden aan vrijheid van meningsuiting dienen in de wet te zijn vastgelegd, door de rechter te kunnen worden getoetst en in alle gevallen in overeenstemming te zijn met internationale mensenrechtennormen.
Aangezien de wetgeving op het gebied van de vrijheid van
meningsuiting grotendeels is voltooid, richt het Nederlandse beleid
zich vooral op ondersteuning van non-gouvernementele organisaties
(NGO's) die actief zijn in landen waar de vrijheid van
meningsuiting wordt geschonden. Daarnaast spreekt Nederland, al dan
niet in EU-verband, landen direct en/of in verschillende
internationale fora zoals de Verenigde Naties, OVSE en
de Raad van Europa aan op voorkomende schendingen van het recht op
vrijheid van meningsuiting.